Inkomensregistratie: Pandora’s Box 3

Geplaatst op 25 oktober 2016 , door
Categorie Woningcorporaties
Onderwerpen , ,

De god van het vuur, de smid Hephaistos (a.k.a. Vulcanus), maakte in zijn werkplaats de eerste vrouw voor de mens: Pandora. Een metalen beeld, maar het was zo mooi dat oppergod Zeus besloot het tot leven te wekken. Vervolgens gaven alle andere goden haar een geschenk: schoonheid, kracht, slimheid, handigheid, overredingskracht. Zeus’ altijd jaloerse echtgenote Hera gaf haar de nieuwsgierigheid die haar geen moment met rust zou laten. Zeus zond Pandora als geschenk aan Epimetheus die zonder lang na te denken met haar trouwde. Als bruidsschat kregen ze een mooie doos, versierd met goud en edelstenen. Deze doos zat op slot, maar Zeus had de sleutel erbij gegeven en tegen Pandora gezegd dat als ze gelukkig wilden leven, ze de doos nooit moest openen. Op een bepaald moment won de nieuwsgierigheid het en opende Pandora de doos, en roetsj -daar vlogen alle tegenslagen en onheil eruit die een mens maar kunnen treffen: ziektes, verbittering, pijn en alle mogelijke ellende. Als laatste kwam echter de Hoop eruit, in de vorm van een vogel. Dat was de boodschap van de troost voor de mensheid.

Goed. Tot zover dit stukje Griekse mythologie.

Maar wat heeft dit nu met inkomensregistratie en passend toewijzen te maken?

Bij Inkomensregistratie en passend toewijzen komt het steeds vaker voor dat de inkomens-verklaringen van de Belastingdienst geen soelaas bieden: er moet dan worden gerekend met actueel inkomen. En als we allemaal héél eerlijk zijn, laten we dat actuele inkomen eigenlijk liever in het doosje zitten, dan dat we het deksel oplichten. Maar ja, soms zal het doosje toch ècht even open moeten – al helemaal sinds het vernieuwde BTIV begin juli van kracht werd. Tot overmaat van ramp (om nog maar even in de sfeer van de mythe te blijven) blijkt dat we bij actueel inkomen niet met één, maar met drie doosjes-van-Pandora te maken hebben: (belasting-)Box 1, Box 2 en Box 3.

De aandacht gaat bij actueel inkomen doorgaans vooral uit naar Box 1: loonstroken, jaaropgaven, resultatenrekeningen. In het artikel ‘De drie meest voorkomende uitglijders’ heb ik daarover vorige maand al het een en ander gezegd. Omdat BV’s praktisch niet voorkomen bij onze doelgroep, blijft Box 2 logischerwijze buiten beschouwing. Over die andere, Box 3, wil ik hier graag een paar dingen aankaarten. In de praktijk blijkt dit doosje namelijk toch nog regelmatig vragen op te roepen.

Peildatum, eigen huis in de verkoop

Op de eerste plaats: voor Box 3 geldt als peildatum 1 januari. Alles wat er na die dag vanaf is gegaan of erbij is gekomen telt dit belastingjaar dus niet mee!

Hoe werkt het dan als de kandidaat-huurder aangeeft nog een eigen huis in de verkoop te hebben? De eigen woning en de hypotheek (en dus ook de eventuele over- of onderwaarde!) zitten niet in Box 3, maar in Box 1. Je kunt in Box 3 daarom alleen iets met het geld dat van de verkoop op de rekening binnenkomt; maar als dit op 1 januari nog niet op de rekening staat dan telt deze zoals gezegd niet mee. Simpel gezegd: huis vóór 1 januari niet verkocht? – dan de verkoopopbrengst niet meetellen.

Huurtoeslag en inkomen uit vermogen: hoeveel is € 100.000?

Zoals eenieder weet betekent een dergelijk bedrag doorgaans dat er geen recht is op huurtoeslag. Maar voor de inkomensregistratie en passend toewijzen ligt het wat genuanceerder.

Vermogen (bijvoorbeeld spaargeld) is iets anders dan het inkomen uit vermogen (zoals rente). Sinds de invoering van het huidige belastingstelsel in 2001 wordt er niet meer naar de werkelijke opbrengsten gekeken (zoals rente en dividend), maar gaat de fiscus er vanuit dat er 4% rendement gemaakt wordt op het vermogen. Dit heet het ‘forfaitair rendement’. Per persoon is er een vrijgesteld bedrag van € 24.437 (fiscaal partners mogen de vrijstellingen overigens optellen).

Het sommetje wordt dan: (€ 100.000 -/- € 24.437) * 4% = € 3.023.

Dat is dus iets heel anders dan € 100.000, en zal in de meeste gevallen weinig tot geen effect hebben op het al dan niet passend moeten toewijzen! Nog een ander belangrijk weetje is dat negatief inkomen in Box 3 niet bestaat. Simpel gezegd: iemand met schulden, hoe hoog ook, ‘scoort’ in box 3 een inkomen van € 0.

Het forfaitaire rendement vanaf 1 januari 2017

Tot slot, voor de liefhebbers, nog even een nieuwtje van het fiscale front. De 4% die in 2001 is vastgesteld voelt voor veel mensen natuurlijk als onrechtvaardig, gezien de huidige rentestanden. Zelfs de Hoge Raad heeft hierover afgelopen juni een soort van waarschuwing uitgesproken richting de Wetgever.

Inmiddels heeft de Belastingdienst de nieuwe percentages voor 2017 gepubliceerd. Voor het bovenstaande rekenvoorbeeld betekent dit een verlaging van 4% naar 2,91%. Dat is nog steeds hoog als je het vergelijkt met de huidige spaarrente (en voor hogere vermogens zijn de percentages zelfs nog hoger). Wel wordt het percentage voortaan gebaseerd op het gemiddelde van de variabele spaarrente over de vijf voorgaande jaren. We kunnen dus de eerstkomende jaren een verdere daling tegemoet zien. Het effect van Box 3 in de inkomensregistratie wordt daardoor (nog) kleiner.

Vernieuwde Praktijktraining inkomensregistratie: Loonstroken en bijzondere situaties

Als u liever geen doos van Pandora maakt van uw inkomensregistratie, dan kunnen wij u Hoop bieden. Op basis van onze ervaringen is de praktijktraining vernieuwd. In de training wordt dieper ingegaan op het registreren van actuele inkomensgegevens, en oefenen de deelnemers tijdens deze uitgebreide praktijktraining met casus in het lezen en verwerken van loonstroken.

Een incompany opleiding gericht op uw situatie en met eigen praktijkcasus is uiteraard mogelijk. Vraag hier een vrijblijvend voorstel aan voor een sessie aan huis.

Adviseur woningcorporaties
Gerelateerde artikelen

Typ hier uw vraag...