Woningwet: 125 jaar nieuwbouw

, door


Categorie Woningcorporaties

Onderwerpen

Al 125 jaar drukt de Woningwet een belangrijke stempel op hoe Nederland woont. Woningcorporaties en gemeenten realiseerden in die periode samen 2,9 miljoen woningen en speelden op cruciale momenten een hoofdrol in de strijd tegen woningnood. Nu de druk op de woningmarkt opnieuw groot is, krijgt die rol weer extra betekenis. Een terugblik op historische bouwpieken, jaren van neergang en de opdracht om het aandeel in de nieuwbouw op minimaal 30% te houden.

125 jaar Woningwet

Het is nu precies 125 jaar geleden dat de Woningwet door de Eerste Kamer is aangenomen en als Wet van den 22sten juni 1901 in het Staatsblad onder No 158 is verschenen. Deze wet is bepalend geweest voor de volkshuisvesting in Nederland. Wat begon als een wet die vooral de gemeenten verplichtte om de gemeentelijke woningvoorraad te verbeteren en uit te breiden, richt zich  nu met name op woningcorporaties: de op grond van de Woningwet toegelaten instellingen die in het belang van de volkshuisvesting werkzaam dienen te zijn. En dat nu al 125 jaar.

Woningwet als aanjager van nieuwbouw

De Woningwet is belangrijk geweest voor de nieuwbouw van woningen. Figuur 1 geeft een overzicht van de omvang van de nieuwbouw van woningcorporaties en gemeenten in de periode 1901-2025.

Nieuwbouw van woningcorporaties en gemeenten

Figuur 1: Nieuwbouw van woningcorporaties en gemeenten, 1901 – 2025

De figuur laat zien dat de Woningwet een trage start heeft gekend. Pas in 1904 zijn de eerste gemeentelijke woningen gerealiseerd en een jaar later kwam de verenigingsbouw langzaam op gang. Tijdens de Eerste Wereldoorlog en in de jaren daarna realiseerden woningcorporaties en gemeenten relatief veel nieuwbouw. Door de economische depressie in de jaren dertig nam de nieuwbouw vervolgens sterk af.

Pas na de Tweede Wereldoorlog nam de nieuwbouw op voet van de Woningwet een hoge vlucht. Het waren gemeenten en woningcorporaties die met name in de jaren vijftig tijdens de wederopbouw van Nederland grote aantallen woningen realiseerden. Ook in de periode 1967-1972 was de nieuwbouw van woningcorporaties en gemeenten hoog. Aan de basis van deze opleving lag het bouwbeleid van minister Bogaers (1963 – 1966) om met actief overheidsbeleid de toenmalige grote woningnood te bestrijden. De resultaten daarvan werden met enige vertraging zichtbaar.

Van gemeentelijke bouw naar corporatiebouw

Begin jaren zeventig nam de nieuwbouw door gemeenten sterk af. De verantwoordelijkheid voor de nieuwbouw kwam toen steeds meer bij woningcorporaties te liggen en ze namen  de rol van de gemeenten geleidelijk over. Eind jaren zeventig was er een crisis op de koopwoningmarkt waardoor de nieuwbouw van koopwoningen sterk daalde. Door het anticyclische bouwbeleid dat toen werd gevoerd, bereikte de nieuwbouw van woningcorporaties in 1982 met 74.312 gerealiseerde huurwoningen het hoogste niveau ooit.

Nadien zette een structurele daling van de nieuwbouw in. De invoering van de verhuurderheffing in 2013 versterkte die trend. Pas na de afschaffing van de verhuurderheffing en de Nationale prestatieafspraken is er weer sprake van een opgaande lijn. In totaal hebben woningcorporaties en gemeenten 2,9 miljoen woningen gerealiseerd in de periode 1901-2025, gemiddeld 23.200 per jaar. Een respectabel aantal.

Van hoofdrol naar kleiner aandeel in de nieuwbouw

De omvang van het aandeel van de nieuwbouw van woningcorporaties en gemeenten in de totale nieuwbouw heeft erg geschommeld. Het verloop van het aandeel in de periode 1901-2025 is in figuur 2 weergegeven.

Het aandeel van de nieuwbouw van woningcorporaties en gemeenten in de totale nieuwbouw

Figuur 2: Het aandeel van de nieuwbouw van woningcorporaties en gemeenten in de totale nieuwbouw, 1901 – 2025

In 1920 was het aandeel met 86,6% het hoogst. Ook in 1948 was het aandeel hoog (84,3%) om later weer te dalen in 1982 (60,3%) en recent in 2013 (43,4%). Steeds was compenserend beleid vanwege het terugvallen van de bouw in de marktsector, een belangrijke factor voor het hoge aandeel. Wel laat de figuur aan de hand van de trendlijn voor de periode 1948-2025 duidelijk zien dat er vanaf 1948 sprake is van een structureel dalende trend in het aandeel van de nieuwbouw van woningcorporaties en gemeenten in het totaal. De omvang van de totale nieuwbouw in de periode 1901-2025 is 8,0 miljoen woningen. Het aandeel van woningcorporaties en gemeenten over deze periode is gemiddeld 36,2%.

30% als nieuwe ondergrens

De komende jaren dient op grond van de Wet versterking regie volkshuisvesting het aandeel 30% te zijn. In 2025 is dit al gelukt, mede doordat de totale nieuwbouw ruim onder de doelstelling van 100.000 lag. De wettelijke ondergrens van 30% dient ervoor te zorgen dat de  dalende trend die sinds 1948 zichtbaar is, wordt omgebogen. Daarmee kan de nieuwbouw van woningcorporaties zijn historische positie behouden.

Directeur woningcorporaties
Gerelateerde artikelen

Start typing and press Enter to search