MPT voorliggend op VPT: wat betekent dit voor je zorginstelling

, door


Categorie Woningcorporaties

Onderwerpen ,

Je zorgexploitatie en woonzorgbusinesscase zijn gebaseerd op een bepaalde verhouding tussen MPT en VPT. Vanaf 2027 kan die verhouding veranderen. MPT wordt het uitgangspunt voor nieuwe cliënten met ongeclusterde Wlz-zorg.

Wat betekent dit voor jouw zorginstelling? Wat verandert er precies? Wanneer is MPT of VPT passend en welke zorginhoudelijke, financiële en vastgoedmatige aandachtspunten volgen daaruit?

Wat verandert er vanaf 2027?

Vanaf 1 januari 2027 verandert de afweging tussen het modulair pakket thuis (MPT) en volledig pakket thuis (VPT) bij ongeclusterde Wlz-zorg. Voor nieuwe cliënten geldt MPT als uitgangspunt. VPT blijft mogelijk, maar vraagt om een inhoudelijke en financiële onderbouwing. Deze verandering staat niet op zichzelf, maar past binnen de bredere beweging naar passende zorg en langer thuis. Het Landelijk Beleidskader Wlz 2027 vertaalt deze beweging naar de zorginkoop en maakt concreter wat zorgkantoren van zorgaanbieders verwachten.

Voor zorginstellingen heeft dit gevolgen die verder gaan dan alleen de keuze tussen twee leveringsvormen. De afweging tussen MPT en VPT raakt de organisatie en exploitatie van de zorg en werkt bij woonzorgconcepten door in de dekking van zorggerelateerd vastgoed. In dit artikel zetten we uiteen wat er verandert, wanneer MPT of VPT passend is en welke zorginhoudelijke, financiële en vastgoedmatige aandachtspunten daaruit volgen.

MPT als uitgangspunt bij ongeclusterde zorg

Om te bepalen voor welke cliënten deze hoofdregel geldt, hanteren zorgkantoren een specifieke definitie van ongeclusterde zorg. Bij minder dan drie cliënten op hetzelfde zescijferige postcodeniveau (PC6) spreken zij van ongeclusterde zorg. Vanaf drie cliënten op hetzelfde PC6-niveau geldt de zorg als geclusterd.

Hier moeten zorgorganisaties scherp op zijn. Het begrip ‘geclusterd’ krijgt namelijk in verschillende beleidscontexten een andere afbakening. In de Handreiking Geclusterde woonvormen voor senioren geldt voor de nieuwbouwopgave bijvoorbeeld een minimum van twaalf woningen en een ontmoetingsruimte. Ook het CBS hanteert bij de monitoring van ouderenhuisvesting een andere afbakening.

De verschillende definities dienen ieder een ander doel. De definities uit de handreiking en de CBS-monitoring beschrijven woonvormen, terwijl de PC6-definitie bepaalt of zorg binnen het Landelijk Beleidskader als geclusterd of ongeclusterd geldt. Voor zorginstellingen is het daarom belangrijk om intern en in het gesprek met stakeholders scherp te hebben welke definitie zij in welke context gebruiken.

Wanneer past VPT nog wel?

Zorgkantoren verwachten dat minimaal 90% van de cliënten met ongeclusterde Wlz-zorg thuis de zorg via MPT gefinancierd gaat krijgen. Voor situaties waarin MPT niet passend is, beschrijft het toetsingskader wanneer VPT beter aansluit.

Daarbij kijken zorgkantoren onder andere naar de complexiteit en planbaarheid van de zorgvraag, de organisatie van de zorg, de aantoonbare meerwaarde van VPT en de omvang van het zorgpakket. Een complexe, instabiele of moeilijk planbare zorgvraag geeft bijvoorbeeld eerder aanleiding voor VPT. Ook intensieve coördinatie, de inzet van technologie en informele zorg en meerwaarde vanuit bijvoorbeeld dagbesteding of welzijn spelen mee.

Daarnaast bevat het toetsingskader een financiële toets. Liggen de kosten van de zorg op cliëntniveau onder 80% van de inkomsten bij VPT, dan geldt MPT in principe als de best passende leveringsvorm.

De keuze tussen MPT en VPT vraagt daarmee om zowel een zorginhoudelijke als financiële onderbouwing. Zorgprofessionals leggen deze keuze en de bijbehorende argumentatie vast in het cliëntdossier.

Wat verandert er voor de cliënt en zorginstellingen?

Bij VPT levert één zorgaanbieder in beginsel het volledige pakket thuis. Bij MPT ontvangt de cliënt de onderdelen van de Wlz-zorg die aansluiten op de zorgvraag, eventueel van verschillende aanbieders. Ook de inhoud van het pakket verschilt. Eten en drinken maken bijvoorbeeld onderdeel uit van VPT, maar niet standaard van MPT. Bij MPT sluit ook de inzet van dagbesteding aan op de individuele zorgvraag.

Het gesprek met de cliënt richt zich daarmee sterker op de benodigde ondersteuning. Wat doet iemand zelf? Welke rol speelt het sociale netwerk? Waar ondersteunt technologie? En welke professionele zorg is nodig?

Voor zorginstellingen vergroot deze afweging het belang van inzicht in de zorgexploitatie. Niet alleen het verschil tussen het MPT- en VPT-budget telt. Ook personele inzet, reistijd, technologie, informele zorg en dagbesteding bepalen de financiële uitkomst. De professional onderbouwt welke leveringsvorm inhoudelijk het beste bij de cliënt past, terwijl de organisatie inzicht nodig heeft in de inzet en kosten die bij deze keuze horen.

MPT maakt dekking zorgvastgoed minder voorspelbaar

Het verschil tussen MPT en VPT raakt niet alleen de bekostiging van de zorg, maar ook de dekking van zorggerelateerd vastgoed binnen woonzorgconcepten. De kapitaallastenvergoeding voor dagbesteding speelt daarin een relevante rol. Binnen VPT in de V&V sector maakt dagbesteding onderdeel uit van de integrale VPT-prestatie. Via deze prestatie ontvangt de aanbieder ook een vergoeding voor de bijbehorende kapitaallasten (NHC) en inventaris (NIC). Deze vergoedingen dragen daarmee bij aan een structurele dekking van de huisvesting en voorzieningen die voor deze zorg nodig zijn.

Bij MPT werkt dit anders. De dekking hangt sterker samen met het daadwerkelijke zorggebruik. De aanbieder declareert dagbesteding als afzonderlijke module op basis van het aantal geleverde dagdelen, in plaats van een integrale dagprestatie zoals bij VPT.[1] Niet iedere MPT-cliënt neemt bovendien dagbesteding af. In de analyse van de NZa ontving maar 32,3% van de onderzochte MPT-cliënten in 2022 dagbesteding.[2] Als grove indicatie volgt uit het door de NZa gerapporteerde gemiddelde zorggebruik dat cliënten die daadwerkelijk dagbesteding ontvingen circa 19 dagdelen per maand afnamen. De omvang van de kapitaallastendekking hangt bij MPT daardoor sterker af van het aantal cliënten dat de module afneem en het daadwerkelijke geleverde volume.

Wat betekent dit voor je woonzorgbusinesscase?

Voor woonzorgconcepten die deze vergoeding meenemen in de vastgoedexploitatie raakt dit verschil de financiële haalbaarheid van woonzorgconcepten. Een verschuiving van VPT naar MPT kan de omvang en voorspelbaarheid van de bijdrage vanuit de zorgbekostiging aan het vastgoed veranderen. Neemt een kleiner deel van de cliënten dagbesteding af of daalt het aantal geleverde dagdelen, dan daalt ook de bijbehorende dekking. Hetzelfde geldt als de overheid in de toekomst de hoogte of vormgeving van de kapitaallastenvergoeding voor dagbesteding aanpast. De opbrengsten waarop de vastgoedexploitatie steunt nemen dan af, terwijl de onderliggende investerings- en huisvestingslasten niet automatisch evenredig dalen.

Het effect op rendement in cijfers

Onze voorbeeldberekening laat deze gevoeligheid zien. De IRR bedraagt 1,7% voor een regulier nultredenappartement en 1,2% voor een woonzorgconcept met 33% VPT-geïndiceerde bewoners, waarbij geen aanvullende kapitaallastendekking vanuit dagbesteding in de vastgoedexploitatie is meegenomen. In het scenario met 100% VPT waarin deze dekking wel is meegenomen, stijgt de IRR naar 2,4%. Als referentie: het intramurale scenario komt uit op 3,0%.

Het effect op rendement in cijfers

De verschillen tussen de scenario’s laten zien dat de dekking vanuit de zorgbekostiging materieel bijdraagt aan het rendement van het totale woonzorgconcept. Verandering in leveringsvorm of bekostiging van de dagbestedingsruimte werken daarmee rechtstreeks door in de financiële haalbaarheid van de woonzorgbusinesscase.

Toelichting: De berekende IRR’s zijn illustratief en vormen geen generieke rendementsnorm. De berekening is gebaseerd op een geclusterd woonzorgconcept, terwijl het nieuwe toetsingskader zich richt op ongeclusterde zorg. De uitkomsten zijn daarom niet één-op-één toepasbaar op andere woonzorgconcepten. Berekeningen voor woonzorgconcepten zijn maatwerk en in iedere situatie anders.

Wat vraagt dit nu van je zorginstelling?

Voor zorginstellingen liggen drie stappen voor de hand:

  1. Breng de nieuwe instroom in beeld. Bepaal welke cliënten volgens de PC6-definitie onder ongeclusterde Wlz-zorg vallen.
  2. Richt de afweging tussen MPT en VPT in. Maak duidelijk welke inhoudelijke en financiële criteria zorgprofessionals gebruiken en hoe zij deze keuze vastleggen in het cliëntdossier.
  3. Breng de financiële gevolgen in beeld. Analyseer de gevolgen voor personele inzet, kostprijzen, omzet, begroting en meerjarenraming. Betrek hierbij ook de woonzorgbusinesscase.

Vooruitblik naar Passend Pakket Thuis

Het toetsingskader voor 2027 vormt een tussenstap naar een bredere verandering van Wlz-zorg thuis. Icare, Careyn, ZorgSpectrum en Zilveren Kruis experimenteren met het Passend Pakket Thuis (PPT). De precieze vorm en planning van deze nieuwe leveringsvorm staan nog niet vast. De uitgangspunten sluiten wel aan bij de bewegingen die we nu al bij MPT zien: de ondersteuningsbehoefte van de cliënt staat centraal en niet het beschikbare zorgpakket.

De richting lijkt daarmee duidelijk: meer aandacht voor eigen regie, een grotere rol voor het sociale netwerk en technologie en een doelmatige inzet van professionele zorg. Voor zorginstellingen benadrukt deze ontwikkeling het belang om zorginhoudelijke keuzes steeds te vertalen naar de financiële, organisatorische en strategische gevolgen. Door verschillende scenario’s, leveringsvormen en woonconcepten door te rekenen, houdt de organisatie inzicht in welke keuzes passen bij de zorgvraag en regelgeving en financieel houdbaar blijven.

Vragen over Wonen en zorg?

Heb je vragen over deze ontwikkelingen of over de mogelijkheden voor jouw zorginstelling? Neem contact op met Willem Dekker of bekijk onze expertise rondom wonen en zorg.

Ben je op zoek naar verdieping op dit onderwerp? Tijdens de Leergang Wonen en zorg ontdek je de kansen en valkuilen van dit speelveld. Het programma helpt je om strategische keuzes te maken voor woon(zorg)producten. Wil je juist meer leren over de bekostiging en de wijze waarop je tot een transparante, toekomstbestendige huurprijs voor zorgvastgoed komt? Bekijk dan de training ‘De businesscase van zorgvastgoed’.


[1] De MPT-tarieven bevatten ook een normatieve vergoeding voor kapitaallasten, maar niet voor iedere module via een afzonderlijke NHC.
[2] NZa (2024), Verkenning aansluiting bekostiging mpt (Wlz) op de wijkverpleging (Zvw), p. 29, tabel 4.3. Gebaseerd op declaratiedata over september 2022.

"*" geeft vereiste velden aan

Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.

Stel een vraag over Wonen en zorg

Door dit formulier te verzenden gaat u akkoord met onze privacyverklaring. Na het versturen van dit formulier worden alleen de gegevens opgeslagen en verwerkt die u hierboven invult; er wordt geen andere informatie verzameld.

Adviseur zorginstellingen
Gerelateerde artikelen

Start typing and press Enter to search