Wat moet je na Prinsjesdag aanpassen in je meerjarenraming?



Categorie Zorginstellingen

Onderwerpen

De zorguitgaven bedragen in 2027 € 118 miljard. Tegelijk schrapt het kabinet voor € 171 miljoen aan eerder ingeboekte tariefmaatregelen voor de gehandicaptenzorg en langdurige ggz. Dat geeft in 2027 financiële verlichting, maar de onderliggende budgettaire opgave verdwijnt niet: vanaf 2028 schuift deze door naar de bestuurlijke akkoorden.

Zorguitgaven beheersen door meer passende zorg en preventie

Ook buiten de zorgbegroting gebeurt iets dat zorginstellingen direct raakt. Voor geclusterde en zorggeschikte woningen en bijbehorende ontmoetingsruimten stelt het ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening tot en met 2035 circa € 1,1 miljard beschikbaar. Daarmee krijgt de beweging naar langer zelfstandig wonen ook aan de vastgoedkant financieel draagvlak.

Meer geld betekent echter niet vanzelfsprekend meer structurele financiële ruimte. De zorgvraag groeit, personeel blijft schaars en het kabinet wil de groei van de zorguitgaven beheersen met onder meer passende zorg en preventie. Wat verandert er precies en wat betekent dit voor de meerjarenraming, zorgexploitatie en vastgoedstrategie van je zorginstelling?

De zorguitgaven stijgen, maar de financiële druk blijft

Achter de groei van de zorguitgaven ligt een structureel houdbaarheidsvraagstuk. VWS raamt dat in 2035 de zorg- en welzijnssector een tekort heeft van bijna 301.000 medewerkers. Tegelijk bedroegen de zorguitgaven volgens het door VWS aangehaalde CPB in 2025 ongeveer 10% van het bbp. Op langere termijn kan dat aandeel volgens die raming oplopen tot circa 17% in 2060.

De Miljoenennota plaatst deze ontwikkeling nadrukkelijk in een breder financieel perspectief. Door vergrijzing nemen de uitgaven aan zorg en sociale zekerheid structureel toe. Ook technologische ontwikkeling en hogere kwaliteitsstandaarden dragen bij aan stijgende zorguitgaven. Volgens het kabinet beperkt een sterke groei van deze consumptieve uitgaven de financiële ruimte voor andere publieke investeringen.

Tariefmaatregelen geschrapt: verlichting in 2027, grotere opgave vanaf 2028

Een van de opvallendste wijzigingen in de VWS-begroting zit bij de gehandicaptenzorg en langdurige ggz. Drie eerder ingeboekte tariefmaatregelen gaan niet door.

Het gaat om de maatregel rond Wlz-behandeling uit het kabinet-Rutte IV en de opschaling van digitale zorg uit het kabinet-Schoof voor de gehandicaptenzorg. Ook de maatregel rond meerjarig contracteren en budgetafspraken uit Rutte IV voor de gehandicaptenzorg en langdurige ggz vervalt. In 2027 gaat het in totaal om € 171 miljoen aan eerder voorziene maatregelen.

Voor zorginstellingen in deze sectoren voorkomt dit in 2027 een financiële verslechtering die eerder wel in de ramingen van het Rijk was meegenomen. Het kabinet voegt hiervoor echter niet structureel € 171 miljoen toe aan het Wlz-budget. De dekking komt in 2027 uit een risicoreservering van € 352 miljoen voor lopende kostenonderzoeken en andere financiële risico’s binnen de Wlz. Van deze reservering gebruikt het kabinet daarnaast € 130 miljoen voor een alternatieve invulling van de taakstelling rond het bestuurlijk akkoord Wlz. De resterende € 51 miljoen valt vrij.

Vanaf 2028 blijft de financiële druk bestaan

Vanaf 2028 moet de budgettaire opgave van de geschrapte tariefmaatregelen ingevuld worden vanuit nieuwe bestuurlijke akkoorden, zoals in de ouderenzorg is gedaan (het Hoofdlijnenakkoord Ouderenzorg). De VWS-begroting vermeldt daarbij expliciet dat de financiële taakstelling die met deze akkoorden samenhangt hierdoor groter wordt.    

De maatregelen zijn dus geschrapt, maar de financiële invulling voor 2028 en verder moet nog worden vormgegeven. Voor zorginstellingen in de gehandicaptenzorg en langdurige ggz is het daarom verstandig om de tariefdruk niet zonder meer te schrappen in de meerjarenbegroting.

Passende zorg krijgt een nadrukkelijkere financiële vertaling

Het uitgangspunt is dat professionele of medische zorg niet altijd het passende antwoord vormt op een hulpvraag en dat behandeling aantoonbare meerwaarde moet hebben. Het kabinet wil zorgverzekeraars meer mogelijkheden geven om hier via de zorginkoop op te sturen. Hun zorgplicht moet nadrukkelijker betrekking krijgen op de toekomstige beschikbaarheid van passende zorg. Ook wil het kabinet instrumenten ontwikkelen waarmee zorgverzekeraars sterker kunnen sturen via contractering en hun informatiepositie tegenover zorginstellingen verbeteren.

Daar zit ook een expliciete financiële doelstelling achter. Het pakket aan maatregelen rond passende zorg moet volgens de begroting vanaf 2029 besparingen opleveren, oplopend van € 112 miljoen in 2029 tot € 548 miljoen vanaf 2035.

Preventie verplaatst zorg verder richting wijk en sociaal domein

Ook preventie krijgt extra middelen. Voor Kansrijke Start trekt het kabinet in 2027 € 25 miljoen uit, oplopend tot € 62 miljoen structureel. Voor het versterken van wijken en buurten is in 2027 € 40 miljoen gereserveerd. Daarnaast komt € 25,6 miljoen beschikbaar voor medische preventie, onder meer voor uitbreiding van de wijkgerichte aanpak van vaccinaties.

De financiële bedragen zijn voor veel individuele zorginstellingen niet direct groot, maar de beleidsrichting is relevant. Preventie vraagt samenwerking tussen zorginstellingen, gemeenten, eerstelijnszorg, welzijn en het sociaal domein. Daarmee vindt een groter deel van de ondersteuning buiten de traditionele muren van de zorginstelling plaats.

Dat sluit aan bij de bredere beweging van zorg naar gezondheid en van intramurale zorg naar ondersteuning in de wijk. Voor zorginstellingen betekent dit dat de financiële en organisatorische gevolgen zich niet altijd binnen één bekostigingsdomein voordoen. De partij die investeert in preventie is bovendien niet automatisch dezelfde partij die financieel profiteert van een lagere zorgvraag.

Opleiden verschuift naar de reguliere bekostiging

Met een oplopend personeelstekort blijft opleiden een belangrijke randvoorwaarde. Tegelijk verandert de financiering ervan.

De middelen voor bij- en nascholing in de medisch-specialistische zorg, die tot en met 2026 via de subsidieregeling Strategisch Opleiden Medisch-Specialistische Zorg beschikbaar kwamen, gaan per 1 januari 2027 naar het premiekader medisch-specialistische zorg. Zorginstellingen kunnen deze opleidingskosten daarmee betrekken bij hun afspraken met zorgverzekeraars.

Voor de wijkverpleging volgt vanaf 1 januari 2028 een vergelijkbare beweging. Werkgeverskosten voor het opleiden en begeleiden van nieuwe instroom en zij-instroom kunnen dan onderdeel worden van de reguliere contractonderhandelingen. In 2027 is daarnaast € 85,8 miljoen beschikbaar voor het versterken van de lerende omgeving vanuit het Aanvullend Zorg- en Welzijnsakkoord (AZWA). Een deel daarvan richt zich specifiek op instroom buiten het ziekenhuis, waaronder de eerstelijnszorg, het sociaal domein en de ouderenzorg. Het Stagefonds wordt na 2027 niet verlengd.

Daarmee verschuift opleiden steeds meer van een afzonderlijke subsidie naar een onderdeel van de reguliere bedrijfsvoering en zorginkoop. Dat vraagt om inzicht in de werkelijke kosten van opleiden en begeleiden. Alleen dan kun je deze kosten goed meenemen in tarieven, contractafspraken en de meerjarenbegroting.

Wonen en zorg komen nadrukkelijker bij elkaar

De ontwikkelingen op de zorgbegroting kun je niet los zien van de woningbouwplannen. Het kabinet blijft streven naar 100.000 nieuwe woningen per jaar en wil daarbij expliciet afspraken maken over de doelgroepen waarvoor wordt gebouwd, waaronder ouderen.

Voor geclusterde en zorggeschikte woningen maakt VRO middelen vrij. Voor de periode 2027 tot en met 2030 is € 420 miljoen beschikbaar. In de periode 2032 tot en met 2035 komt daar € 635 miljoen bij voor voortzetting van de Stimuleringsregeling Ontmoetingsruimten in Ouderenhuisvesting en de Stimuleringsregeling Zorggeschikte Woningen.

De Stimuleringsregeling Zorggeschikte Woningen kan worden ingezet door woningcorporaties en zorginstellingen voor de realisatie van zorggeschikte woningen. De regeling voor ontmoetingsruimten ondersteunt gemeenschappelijke ruimten in geclusterde woonvormen. Voor zorginstellingen biedt dat mogelijkheden om woonzorgconcepten verder te ontwikkelen. De beschikbare subsidies ondersteunen specifieke onderdelen van de woning en de ontmoetingsruimte.

Haalbaar woonzorgconcept vraagt om meer dan vastgoed

Een woonzorgconcept kan daarom vastgoedmatig haalbaar zijn, terwijl de zorgexploitatie onvoldoende schaal heeft om personeel doelmatig in te zetten. Andersom kan een goed organiseerbaar zorgconcept vastlopen op stichtingskosten, huur of de financiering van gemeenschappelijke ruimten en welzijnsvoorzieningen.

Juist daarom is het belangrijk om vroeg met gemeenten, corporaties en ontwikkelaars afspraken te maken. Niet alleen over aantallen woningen, maar ook over schaalgrootte, woningtypes, clustering, voorzieningen en de financiële verantwoordelijkheid voor zorg en welzijn.

Wat betekent Prinsjesdag 2026 voor de meerjarenraming van je zorginstelling?

De plannen kennen verschillende invoeringsmomenten en raken niet iedere sector op dezelfde manier. Toch volgen er vier aandachtspunten voor de financiële en strategische planning:

1. Reken verschillende scenario’s door in de meerjarenraming

De geschrapte tariefmaatregelen geven in 2027 verlichting, maar de budgettaire opgave schuift vanaf 2028 door. Werk daarom met scenario’s en trek tijdelijke financiële ruimte niet automatisch structureel door.

2. Vertaal passende zorg naar capaciteit en financiën

Breng niet alleen productie en omzet in beeld, maar ook welke professionele inzet daadwerkelijk nodig is en hoe veranderingen in zorgpaden doorwerken in personeel, kostprijzen en contractering.

3. Neem opleiden mee in je reguliere kostprijs en zorginkoop

Nu subsidies verschuiven naar het premiekader wordt het belangrijker om inzicht te hebben in de kosten van opleiding, begeleiding en zij-instroom.

4. Verbind zorgstrategie en vastgoedstrategie

De extra middelen voor zorggeschikte woningen bieden mogelijkheden, maar een woonzorgconcept werkt alleen wanneer ook de zorgexploitatie en welzijnsvoorzieningen houdbaar zijn. Reken die onderdelen daarom vanaf het begin gezamenlijk door.

    Hulp nodig bij het opstellen van een meerjarenraming?

    Heb je vragen over het opstellen of behoefte aan ondersteuning bij het opstellen van een meerjarenraming? Onze financiële experts denken graag met je mee. Neem voor vragen vrijblijvend contact op met Daan van Houtum.

    "*" geeft vereiste velden aan

    Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.

    Stel een vraag over uw meerjarenraming

    Door dit formulier te verzenden gaat u akkoord met onze privacyverklaring. Na het versturen van dit formulier worden alleen de gegevens opgeslagen en verwerkt die u hierboven invult; er wordt geen andere informatie verzameld.

    Adviseur zorginstellingen
    Senior adviseur zorginstellingen
    Gerelateerde artikelen

    Start typing and press Enter to search