Onderzoek: Bijna alle zorginstellingen kwetsbaar voor fysieke klimaatrisico’s
Tijdens de overstromingen in Limburg (2021) liep zorginstelling Sevagram ruim 42 miljoen euro schade op. Een locatie was niet meer te redden en moest worden herbouwd. De 84 bewoners werden tijdelijk verhuisd.
Dit soort gebeurtenissen wordt door klimaatverandering waarschijnlijker en de langdurige zorg is er kwetsbaar voor. Rutger Schweitzer onderzocht voor zijn MSc Sustainable Finance aan de Universiteit Maastricht in hoeverre fysieke klimaatrisico’s die zorginstellingen lopen terugkomen in hun jaarverslagen[1].
Gevolgen fysieke klimaat risico’s voor langdurige zorg
Hitte en water raken niet alleen gebouwen, maar ook de mensen die daar wonen en werken. In de langdurige zorg gaat het om kwetsbare bewoners. Aanhoudende hitte in gebouwen verhoogt de sterfte- en ziektecijfers onder deze groep. Wateroverlast veroorzaakt schade aan gebouwen, stroom valt uit en locaties worden onbereikbaar. De vraag is dan hoe groot die blootstelling precies is en hoe breed het in de sector voorkomt.
Interessant: Wilt u sturen op klimaat- en milieu-impact? De klimaat en milieu suite van DAAN geeft inzicht in de impact van risico’s
Bijna geen zorglocatie ontkomt eraan
Met dit onderzoek is voor ruim 10.000 zorglocaties het hitte- en waterrisico in kaart gebracht. Wat opvalt is hoe weinig organisaties buiten schot blijven. Een hoog niveau van hitterisico is voornamelijk te vinden in de Randstad en waterrisico is iets meer verspreid over het land. Vrijwel elke instelling heeft een locatie die aan ten minste één van beide risico’s is blootgesteld. Fysiek klimaatrisico wordt van buitenaf bepaald: het hangt af van waar een gebouw staat, niet van keuzes van de instelling. Het risico wegnemen kan een instelling daarom niet. Het risico beheersen wel.

Hitte- en waterrisico per langdurige zorginstelling
Slechts 6,5% van de organisaties benoemt het in hun jaarverslag
Tegenover die brede blootstelling staat een opvallende stilte. Ruim twee derde van de instellingen (68%) blijft steken bij algemene duurzaamheid: CO₂-reductie, afval, energiegebruik. Slechts 6,5% van de instellingen benoemt expliciet een fysiek klimaatrisico zoals hittestress of wateroverlast. Over concrete maatregelen, zoals een hitteplan of bouwkundige aanpassingen, wordt zelden gerapporteerd. Dat een instelling er niet over rapporteert betekent niet dat zij geen maatregelen neemt. Een hitteplan, bijvoorbeeld, is in de sector gangbaar, ook al wordt het zelden in het jaarverslag vermeld. In de Wlz-sector is rapporteren over algemene duurzaamheid de norm en fysieke klimaatrisico’s de uitzondering.
Grotere instellingen rapporteren vaker over klimaatrisico’s
De kern van het onderzoek is de discrepantie tussen de blootstelling en rapportage. Bijna de helft van de instellingen (48,5%) heeft een bovengemiddeld fysiek klimaatrisico, maar rapporteert daar weinig tot niets over. Een hoger hitte- of waterrisico voorspelt niet of een instelling er meer over rapporteert.
De omvang van de instelling, gemeten door omzet, verklaart wel of een instelling erover rapporteert. Hoe groter de organisatie, des te groter de kans dat er een vermelding is van een fysiek klimaatrisico. Dit heeft waarschijnlijk te maken met budget en capaciteit. Grotere instellingen hebben eerder een afdeling of medewerker die zich met duurzaamheid bezighoudt en een jaarverslag is vaak uitgebreider opgezet.
Daarnaast rapporteren instellingen die recenter hebben geïnvesteerd, en dus minder oud bezit hebben, iets vaker. Of dat werkelijk met hun vastgoed te maken heeft, is op basis van deze cijfers niet met zekerheid te zeggen. Financiële kerngetallen en deelname aan duurzaamheidsinitiatieven hadden geen invloed op het rapportageniveau. Dit betekent echter niet dat grotere instellingen beter voorbereid zijn. Ze hebben alleen de capaciteit om het risico te herkennen, te onderzoeken en erover te rapporteren.
Wat betekent dit voor de sector?
De resultaten van het onderzoek laten bestuurders en raden van toezicht een paar aandachtspunten zien. Ten eerste is een duurzaamheidsparagraaf in het jaarverslag geen bewijs dat het fysieke klimaatrisico in beeld is. Ten tweede betekent het ontbreken van een vermelding in de risicoparagraaf niet dat het risico er niet is. Stilte weerspiegelt meestal dat het risico niet herkend is, niet dat het er niet is. Het integreren van fysieke klimaatrisico’s in vastgoedplanning, investeringen en risicomanagement vraagt om stappen voorbij de huidige rapportagelaag.
Voor toezichthouders en brancheorganisaties is de strekking dat niet de blootstelling bepaalt wie rapporteert, maar de capaciteit van de instelling. Vrijwillige kaders die leunen op bestaande rapportagecapaciteit dichten de kloof tussen risico en rapportage niet. Juist kleinere instellingen dreigen dan buiten beeld te vallen, terwijl ook zij blootstaan aan hitte en water. Het klimaat maakt geen onderscheid.
Over het onderzoek
Het onderzoek van Rutger Schweitzer is uitgevoerd in samenwerking met Finance Ideas. De jaarverslagen van bijna 300 Wlz-zorginstellingen zijn gekoppeld aan het klimaatrisico van ruim 10.000 zorglocaties, op basis van de Klimaateffectatlas. De financiële cijfers komen uit de ZorgRating database.
Vragen over klimaatrisico’s en de samenhang met vastgoedsturing?
Heeft u vragen over dit onderzoek of wilt u vragen over uw specifieke situatie? Neem contact op met Niels Zwetsloot of stel uw vraag via onderstaand formulier.
Ook interessant: Een klimaatrisicoscan geeft u inzicht in welke risico’s er spelen op adresniveau. Hiermee worden transitierisico’s en fysieke risico’s inzichtelijk. Uw vastgoeddata wordt verbonden met klimaatkaarten. Het resultaat? Waardevolle sturingsinformatie voor uw complex- en portefeuilleniveau.
[1] De analyse betreft de jaarverslagen over boekjaar 2024. De verslagen over 2025 waren ten tijde van het onderzoek nog niet gepubliceerd.
"*" geeft vereiste velden aan
