Subsidieregeling geclusterde zorgwoningen: extramuraal verpleeghuis of inclusief complex?



Categorie Woningcorporaties

Onderwerpen

Je kunt er niet omheen, er komen steeds meer ouderen bij. Al meerdere decennia verhuist een deel van deze ouderen naar een verpleeghuis als het thuis niet meer gaat door bijvoorbeeld dementie of lichamelijke gebreken. Aan die zekerheid – aan dat recht! – komt voor een deel van de huidige verpleeghuisdoelgroep binnen nu en enkele jaren vermoedelijk een einde. Het alternatief moet worden gezocht in zelfstandige, geclusterde zorgwoningen. Daar komt vanaf september een subsidieregeling voor beschikbaar. Maar wat maken we dan? Gaan we voor een ‘extramuraal verpleeghuis’ of kiezen we voor het concept van een inclusief complex? En welke impact heeft dat op onze businesscase?

Recht op een verpleeghuisplaats is niet langer houdbaar

In het recente ‘Advies scheiden wonen en zorg in de verpleging en verzorging’ concludeert de Nederlandse zorgautoriteit (NZa) dat mensen met een verpleegzorgindicatie hun recht op een plaats in een verpleeghuis niet kunnen uitoefenen. Gebrek aan personeel en verblijfplaatsen maakt het huidige recht niet langer houdbaar, zeker met het oog op de toename van het aantal ouderen. De NZa maakt dit ook concreet: in 2040 maken bij het huidige beleid ruim 300.000 mensen aanspraak op 125.000 plaatsen in het verpleeghuis. En ook als we de mensen met de zwaarste zorgvraag voorrang geven, moeten al in 2030 zo’n 30.000 mensen met gevorderde dementie (voor de kenners: zzp-5) huisvesting buiten het verpleeghuis vinden. In 2040 loopt dit zelfs op naar ongeveer 100.000.

Subsidieregeling moet bouw geclusterde zorgwoningen stimuleren

Het ministerie van VWS wil in plaats van uitbreiding van de verpleeghuiscapaciteit graag dat mensen met een zware zorgvraag worden gehuisvest in geclusterde, zorggeschikte woningen. De bouw van deze woningen wordt gesubsidieerd door middel van de ‘Stimuleringsregeling voor zorggeschikte wooneenheden in geclusterde woonvormen’, die op dit moment in consultatie is. Woningcorporaties en zorginstellingen kunnen voor geclusterde, zorggeschikte nieuwbouwwoningen in het sociale segment een subsidie ontvangen van € 7.000 tot € 15.000 per woning. Bij transformatie is voor elke nieuw gecreëerde, geschikte woning € 3.000 tot € 7.500 beschikbaar. De subsidieregeling dekt maximaal ruim 70% van de meerkosten van een nieuwbouwwoning (in de regeling ingeschat op € 21.000 per woning).

Meer bewoners met een Wlz-indicatie is meer subsidie

De hoogte van de subsidie is afhankelijk van het type woning en of de bewoner over een Wlz-zorgindicatie beschikt. Bij een nieuwbouwwoning van twee kamers of meer is € 10.000 subsidie beschikbaar voor het bouwen van de woning. Zodra deze ook wordt bewoond door een bewoner met een Wlz-zorgindicatie bedraagt de subsidie € 15.000. Voor studio’s geldt een bedrag van € 10.000 bij bewoning door een Wlz-geïndiceerde bewoner en € 7.000 bij een huurder zonder Wlz-indicatie. Minimaal 30% van de woningen in een complex moet worden bezet door mensen met een Wlz-zorgindicatie. Daar moeten van tevoren afspraken over worden gemaakt met de zorginstelling die de zorg gaat leveren en met het zorgkantoor.

Het is de vraag of in een extramuraal verpleeghuis voldoende mantelzorg beschikbaar is

Vanuit het perspectief van het ministerie van VWS is het een logische keuze om in te zetten op zoveel mogelijk bezetting met mensen met een verpleegzorgindicatie. Zo komt het beschikbare subsidiegeld maximaal ten goede aan de doelgroep die VWS wil bedienen. Ook vanuit het perspectief van de efficiënte inzet van zorgpersoneel is clustering en een grotere schaal aantrekkelijk. Toch is het de vraag of het gewenst is om alleen maar bewoners met een zware zorgvraag in een complex te huisvesten. Een belangrijke constatering is dat de krapte aan zorgpersoneel zoveel mogelijk moet worden opgevangen met informele zorg door familie, buren etcetera. En omdat het aantal potentiële mantelzorgers per oudere flink gaat dalen (zie het eerdere artikel ‘Geclusterd wonen: oases in de mantelzorgwoestijn’), levert dat voor het extramuraal verpleeghuis een risico op. Als familie op afstand woont of om een andere reden onvoldoende mantelzorg kan leveren, raken mensen meer afhankelijk van buren. Maar wat als die ook allemaal een zware zorgindicatie hebben? En wie wil er eigenlijk graag verhuizen naar een verpleeghuis?

Het inclusieve wooncomplex waar je ook zorg kan krijgen

Daar waar voldoende schaal kan worden gemaakt, lijkt een keuze voor een inclusief complex toekomstbestendiger. Onder voldoende schaal kan bijvoorbeeld worden gedacht aan minimaal 40-50 woningen voor mensen met een verpleeghuisindicatie (zodat de zorginstelling een levensvatbare businesscase heeft), met minimaal nog eens dat aantal voor vitale ouderen en jongere doelgroepen. Ook wordt vaak geprobeerd de omliggende wijk bij het complex te betrekken, zodat de potentiële bron van informele zorg wordt vergroot. Dat gaat in de praktijk niet vanzelf. Woningcorporaties, gemeenten, zorginstellingen en niet in de laatste plaats (vitale) bewoners moeten hier actief mee aan de slag om tot een samenredzaam en inclusief concept te komen. Gelukkig zijn er steeds meer voorbeelden van zowel nieuwe als getransformeerde locaties die succesvol tot een inclusief concept zijn gekomen.

De businesscase: focus op typologie en beperking van leegstandsrisico

Een belangrijke afweging in de businesscase zijn de stichtingskosten na aftrek van de subsidie versus de kans op leegstand van het type wooneenheid. Als potentiële bewoners alleen ‘in nood’ kiezen om naar het extramuraal verpleeghuis te verhuizen, dan moet je als corporatie (en zorginstelling) wel zeker weten dat er voldoende ‘nood’ gaat zijn om het complex goed bezet te houden. Zodra je daar samen met de zorginstelling en het zorgkantoor voldoende zeker van bent, dan kan het bouwen van studio’s financieel aantrekkelijker zijn dan het bouwen van tweekamerappartementen. Bij studio’s is de besparing op de bouwkosten per eenheid ten opzichte van tweekamerappartementen groter dan de extra € 3.000 tot € 5.000 subsidie voor een tweekamerappartement.

In de overweging omtrent leegstandsrisico is ook van belang dat in een beperkt aantal stedelijke gebieden een studio prima alternatief aanwendbaar is. In deze gebieden is een uitval van vraag vanuit Wlz-geïndiceerde bewoners op te vangen met verhuur aan andere doelgroepen. Met andere woorden, zelfs als in eerste instantie is gekozen om een extramuraal verpleeghuis te realiseren kan nog worden omgeschakeld naar het concept van het inclusieve wooncomplex. Het lijkt aannemelijk dat buiten de grote steden de keuze vooral op appartementen zal vallen, terwijl in de grote steden het leegstandsrisico van studio’s beperkter is en dit product financieel aantrekkelijker zal zijn. In beide gevallen blijft gelden dat levendigheid en inclusiviteit bijdragen aan een prettige woonomgeving, ook – of juist vooral – voor ouderen met een zware zorgvraag.

Vragen over het thema Wonen en Zorg?

Onze adviseurs ondersteunen woningcorporaties bij vraagstukken rondom zorgvastgoed. Van het ontwikkelen van een strategische visie, investeringsanalyse, risicoanalyse, huurcontracten tot het opstellen van een businesscase of procesbegeleiding bij uw woonvisie. Wilt u vrijblijvend sparren over uw situatie? Neem contact op met Michiel Majoor voor de mogelijkheden.

Direct zelf aan de slag?

Wilt u meer weten over de subsidieregeling en conceptuele keuzes in wonen met zorg? Neem contact op met Michiel Majoor. Wilt u meer weten over het speelveld van wonen en zorg? Tijdens de training Zorgvastgoed in perspectief staan we stil bij de ontwikkelingen binnen dit thema. We bekijken de spelers en belangen die rondom het onderwerp spelen.

Stel een vraag over Wonen en Zorg

    Door dit formulier te verzenden gaat u akkoord met onze privacyverklaring. Na het versturen van dit formulier worden alleen de gegevens opgeslagen en verwerkt die u hierboven invult; er wordt geen andere informatie verzameld.

    Senior adviseur woningcorporaties en zorginstellingen
    Gerelateerde artikelen

    Typ hier uw vraag...