FAQ: Vijf vragen over de meerjarenraming in de langdurige zorg
Een meerjarenraming verbindt de exploitatie, balans, kasstromen, investeringsagenda en financiering. Zo wordt zichtbaar of strategische keuzes niet alleen op korte termijn betaalbaar zijn, maar ook op langere termijn financieel haalbaar en financierbaar blijven.
De uitkomsten hangen sterk af van de gekozen uitgangspunten. Cao-afspraken, personele inzet, Wlz-tarieven, bouwkosten en rente kunnen de beschikbare financiële ruimte aanzienlijk beïnvloeden. In dit artikel beantwoorden we vijf veelgestelde vragen over het opstellen en gebruiken van een meerjarenraming.
#1 Tariefontwikkelingen verwerken in de meerjarenraming
Hoe ga je om met veranderende beleidsmaatregelen in de meerjarenraming?
Nieuwe beleidsinformatie vraagt om een vertaling naar de uitgangspunten van de eigen meerjarenraming. Kijk daarbij niet alleen naar de aangekondigde maatregel, maar vooral naar de impact op je eigen organisatie.
De recente ontwikkelingen rond de Wlz vormen hiervan een goed voorbeeld. In eerdere ramingen hielden zorginstellingen rekening met verschillende tariefkortingen. In het artikel Impact Wlz-tarieven 2026 voor GHZ en GGZ brachten we deze maatregelen eerder in kaart. Voor de langdurige GGZ ging het vanaf 2028 om een korting van 0,52%. Voor de GHZ bedroeg de korting 1,32% in 2028, gevolgd door 0,22% in 2029, 0,24% in 2030 en 0,20% in 2031.
Minister Sterk heeft inmiddels aangekondigd dat deze tariefmaatregelen vanaf 2028 vervallen. Tegelijkertijd verlaagt het kabinet de beschikbare groeiruimte voor de sector. Daarmee verschuift de financiële opgave van een directe korting op de tarieven naar een beperking van de groei. De impact daarvan verschilt per zorginstelling en hangt onder andere af van de groei die de organisatie in de meerjarenraming hanteert.
Deze wijziging vraagt om een actualisatie van de uitgangspunten in de meerjarenraming. Toets daarbij of de eerder opgenomen tariefkortingen nog aansluiten bij de actuele beleidslijn en wat de lagere groeiruimte betekent voor de eigen omzetontwikkeling. Omdat de precieze uitwerking onzeker blijft, is het verstandig om verschillende scenario’s door te rekenen. Zo blijft inzichtelijk wat verschillende beleidsuitkomsten betekenen voor de EBITDA(R), investeringsruimte en financiële positie.
#2 Een horizon van minimaal 10 jaar
Waarom hanteren we bij het opstellen van de meerjarenraming een termijn van minimaal tien jaar?
De vastgoedportefeuille en de investeringsopgave, die volgen uit de vastgoedstrategie, zijn vaak relatief eenvoudig in kaart te brengen voor een langere periode. Als een organisatie bij de meerjarenraming een relatief korte horizon (bijvoorbeeld vijf jaar) hanteert, geeft dit een beperkt inzicht.
Het kan voorkomen dat de investeringsopgave de eerste vijf jaar haalbaar is en past binnen de financiële ratio’s van de organisatie. Maar dat er de daaropvolgende vijf jaar geen investeringscapaciteit meer is. Bijvoorbeeld omdat de organisatie al haar overtollige liquiditeit heeft ingezet. Als in de periode van vijf tot tien jaar grootschalige en urgente investeringen op de planning staan, kan dit leiden tot problemen. Door een horizon van tien jaar heb je als organisatie beter grip op de investeringsmogelijkheden.
#3 Timing van de meerjarenraming
Wanneer is het meest geschikte moment om een meerjarenraming op te stellen?
Een logisch moment voor het opstellen van een meerjarenraming is direct na de publicatie van de jaarrekening – of wanneer deze in concept vrijwel definitief is. Op dat moment beschik je over een gecontroleerd en herkenbaar vertrekpunt voor de balans, liquiditeit en financiële ratio’s. Voor de exploitatie vormt de begroting het vertrekpunt. Dit moment sluit aan bij de jaarlijkse kaderbrief, die veel zorginstellingen rond mei of juni opstellen. Steeds meer zorginstellingen gebruiken de meerjarenraming daarbij als financieel vertrekpunt. De Raad van Toezicht stelt bovendien steeds vaker eisen aan langetermijnprognoses en vraagt om inzicht in de financiële continuïteit van de zorginstelling en de haalbaarheid van het strategisch beleid.
Een tweede logisch moment ligt richting Q4. De begroting voor het volgende jaar krijgt dan haar definitieve vorm en vaak ligt ook een actuele prognose van de balans beschikbaar. Daarmee beschikt de organisatie over actuele uitgangspunten voor het opstellen of actualiseren van de meerjarenraming.
#4 Sturen op EBITDA(R) naast resultaat
Waarom is het belangrijk om naast resultaat ook op EBITDA(R) te sturen?
Veel zorginstellingen sturen in de begrotingscyclus op een resultaat van 1% tot 2% van de omzet. Daarbij kijken zij naar de kapitaallasten voor het komende jaar en de EBITDA(R) die nodig is om onderaan de streep positief uit te komen. Een grote toekomstige investeringsopgave verhoogt echter de kapitaallasten en vraagt daarmee om een bredere blik dan alleen het resultaat op korte termijn.
In het artikel EBITDA als belangrijkste sturingsmiddel lichten we toe dat relatief lage kapitaallasten niet automatisch wijzen op structureel veel financiële ruimte. Afgeschreven vastgoed of afgeloste financiering drukken de kapitaallasten, terwijl tegelijkertijd een omvangrijke investeringsopgave voor de deur staat. Nieuwe investeringen verhogen vervolgens de afschrijvings- en financieringslasten.
Met de meerjarenraming brengt een organisatie de financiële impact van toekomstige investeringen uit het strategisch beleid in beeld. Een financiële analyse laat zien welke EBITDA(R) nodig is om de bijbehorende kapitaallasten te dragen. Een langetermijnperspectief helpt de organisatie om tijdig de EBITDA(R) te versterken en voldoende financiële ruimte voor investeringen op te bouwen.
#5 Risico’s in de gevoeligheidsanalyse
Welke risico’s zijn relevant om door te rekenen in een gevoeligheidsanalyse?
Een meerjarenraming is gebaseerd op verschillende aannames. Een gevoeligheidsanalyse laat zien wat veranderingen in deze uitgangspunten betekenen voor de financiële positie en investeringsruimte van de organisatie. Scenarioanalyses geven daarnaast inzicht in verschillende toekomstbeelden en maken duidelijk welke risico’s de financiële positie raken. Door deze scenario’s naast elkaar te zetten, krijgt de organisatie ook zicht op de beschikbare bijstuurmogelijkheden.
Een actueel risico betreft de ontwikkeling van de bouwkosten. Recente geopolitieke ontwikkelingen rond de Straat van Hormuz laten zien hoe snel energie- en grondstofprijzen veranderen. Dit werkt direct door in de bouwkosten. Voor zorginstellingen met een investeringsopgave vergroot een bouwkostenstijging de liquiditeits- en/of financieringsbehoefte. Daarnaast leiden hogere investeringen tot hogere afschrijvingslasten, waardoor ook het resultaat onder druk komt te staan.
Ook de rente is een belangrijke gevoeligheid. In het artikel ECB verhoogt rente en verlaagt de raming van de groei lichten wij toe dat geopolitieke ontwikkelingen en hogere energieprijzen via inflatie doorwerken in de rente. Een hogere rente verhoogt de financieringslasten en raakt daarmee direct de financierbaarheid van toekomstige investeringen.
Daarnaast is het verstandig om een scenario met tariefdruk of hogere personeelskosten, bijvoorbeeld als gevolg van cao-ontwikkelingen, door te rekenen. Beide kunnen leiden tot een lagere EBITDA(R), met directe gevolgen voor de beschikbare investeringsruimte en financierbaarheid.
Door deze risico’s afzonderlijk en waar nodig in samenhang door te rekenen, ontstaat inzicht in de financiële weerbaarheid van de organisatie en de ruimte om tegenvallers op te vangen.
Hulp nodig bij het opstellen van een meerjarenraming?
Heeft u vragen over het opstellen of behoefte aan ondersteuning bij het opstellen van een meerjarenraming? Onze financiële experts denken graag met u mee. Neem voor vragen vrijblijvend contact op met Daan van Houtum.
"*" geeft vereiste velden aan
