Ontwerpbesluit tot wijziging van het Besluit Toegelaten Instellingen Volkshuisvesting 2015 (BTIV) naar Kamer gestuurd

Geplaatst op 27 januari 2016
Categorie Corporatie alert
Onderwerpen

Op 22 januari jl. heeft de Minister een ontwerpbesluit tot wijziging van het Besluit Toegelaten Instellingen Volkshuisvesting 2015 (BTIV) naar de Kamer gestuurd.

Achtergrond

In het BTIV worden een groot aantal onderwerpen uit de Wet nader toegelicht en uitgewerkt. Doel is het praktischer maken van het BTIV en deels herstel van tekstuele fouten. Omdat een aantal zaken onduidelijk of onvolledig waren, heeft de Minister in december 2015 het ontwerpbesluit ter wijziging van het BTIV ter consultatie voorgelegd. Hierop hebben corporaties, huurdersorganisaties en andere belanghouders hun visie kunnen geven. De Minister heeft deze visie (deels) meegenomen en nu het definitieve ontwerpbesluit ter wijziging ingediend bij de Kamer.

Belangrijkste punten

In het ontwerpbesluit ter wijziging van het BTIV worden een aantal tekstuele reparaties doorgevoerd om duidelijkheid te scheppen. Daarnaast zijn er ook inhoudelijke wijzigingen. De belangrijkste onderwerpen daarbij zijn:

  • Dochterondernemingen
  • Borgingsvoorziening WSW
  • Werkzaamheden buiten regio
  • Markttoets
  • Dienstverlening aan derden
  • Leefbaarheid
  • Bedrijfsmatig vastgoed
  • Passend toewijzen

Dochterondernemingen

In het BTIV is opgenomen dat de Toegelaten Instelling aan verbindingen geen middelen mag verstrekken na de oprichting en ook niet garant mag staan. Het is met het ontwerpbesluit toegestaan om vermogen te verstrekken door het kwijtschelden van schulden, indien de Toegelaten Instelling enig aandeelhouder is van de verbonden onderneming en de verbonden onderneming uitsluitend schulden heeft bij de Toegelaten Instelling, de waarde van de activa van de verbonden onderneming nihil is, en de verbonden onderneming na kwijtschelding van de schulden wordt ontbonden. Dit biedt corporaties mogelijkheden om 100% dochters die uitsluitend interne leningen hebben te liquideren. Daarnaast mag bij een administratieve of juridische scheiding ook aan bestaande dochters vermogen worden verstrekt, conform de eisen die in de Woningwet gesteld zijn.

Borgingsvoorziening WSW

In het ontwerpbesluit is een aantal aanvullingen opgenomen waardoor de positie van de achtervangers wordt versterkt. Zo zal ook het bestuur en de RvT van het WSW aan de fit- en propertest worden onderworpen. Daarnaast is het WSW verplicht reglementen op te stellen inzake de borging die door de Minister moeten worden goedgekeurd. Eén van de onderdelen daarvan is het benoemen van de maximale omvang per individuele Toegelaten Instelling van het totaal aan geborgde leningen. Daarnaast heeft de Minster de mogelijk om het WSW een aanwijzing te geven en de voltallige RvT van het WSW te ontslaan en te benoemen.

Werkzaamheden buiten de regio

Het is corporaties niet toegestaan om nieuwbouw te plegen op onbebouwde grond buiten haar eigen regio. Herstructurering is wel toegestaan. In het ontwerpbesluit ter wijziging is opgenomen dat, indien er bij herstructurering deels op onbebouwde grond zal worden gebouwd door bijvoorbeeld beperkte grondruil, dit mogelijk is met toestemming van de Aw.

Markttoets

In het ontwerpbesluit ter wijziging is opgenomen dat geen markttoets doorlopen hoeft te worden bij onderhoud aan niet-DAEB woningen en bedrijfsonroerend goed. Ook voor de verwerving van maatschappelijk vastgoed, waarvan maximaal 10% van het bruto vloeroppervlak als bedrijfsruimte gebruikt wordt, is geen markttoets meer nodig. Voor herstructurering geldt dat, tot een maximaal bedrag van € 45.000 per woning, geen toets (zowel de markttoets als de financiële toets) hoeft te worden doorlopen. Ook bij de uitbreiding van commercieel vastgoed met een zeer beperkt aantal vierkante meters, een beperkte herverkaveling van eigen grond of het verrichten van diensten ten behoeve van bewoners van niet-DAEB-woningen, kan de Minister toestemming gegeven om af te zien algemene bekendmaking, een verklaring van de gemeente en de zienswijze van de borgingsvoorzieningen. Deze bevoegdheid wordt aan de Aw gemandateerd. Er zal dus wel toestemming gevraagd moeten worden om af te zien van (delen van) de markttoets.

Dienstverlening aan derden

In het ontwerpbesluit ter wijziging is specifiek benoemd dat het niet toegestaan is diensten te verlenen aan huurders die geen huurder zijn bij een Toegelaten Instelling. Dit betekent dat wel diensten mogen worden verricht voor huurders van andere corporaties, maar niet voor huurders van andere (commerciële) verhuurders. Ook mag de Toegelaten Instelling diensten verlenen aan bewoners die lid zijn van een VvE of bewoners van woongelegenheden die een bouwkundig geheel vormen met de woongelegenheden van de betrokken Toegelaten Instelling.

Leefbaarheid

In het ontwerpbesluit ter wijziging is nu duidelijkheid geschept of en welke personeelskosten moeten worden meegenomen in het bedrag voor leefbaarheid van € 126,25 per DAEB woning. In de kosten voor leefbaarheid zitten ook alle personeelslasten die betrekking hebben op leefbaarheid (huismeesters, woonconsulenten en dergelijke). Kosten van huismeestertaken die op grond van het Besluit servicekosten als servicekosten bij de huurder in rekening worden gebracht, hoeven niet te worden gedekt uit het bedrag van € 126,25 per DAEB woning. Indien in de prestatieafspraken een hoger bedrag is afgesproken voor leefbaarheid dan geldt dit als grens.

Bedrijfsmatig vastgoed

In het ontwerpbesluit ter wijziging is bepaald, om leegstand in bestaand bedrijfsmatig vastgoed of eigen kantoorruimten te voorkomen, dat het verhuren van gebouwen, die op 1 januari 2016 werden verhuurd als bedrijfsmatig vastgoed en gebouwen die op 1 januari 2016 voor meer dan 50% van het bruto vloeroppervlak werden gebruikt als eigen kantoorruimte van de Toegelaten Instelling, behoort tot het gebied van de volkshuisvesting.

Passend toewijzen

In het ontwerpbesluit ter wijziging is opgenomen dat bij het bepalen van de samenstelling van het huishouden kinderen expliciet moeten worden meegenomen voor het bepalen van de voor het huishouden toepasselijke aftoppingsgrens. Het inkomen van deze kinderen telt niet mee voor de toets. Daarnaast is het niet meer noodzakelijk het inkomen van mensen met een zorgindicatie te toetsen indien de huurprijs van de woning is gelegen op of onder de voor het huishouden toepasselijke aftoppingsgrens. Dit biedt de corporatie met name bij intermediare verhuur een groot voordeel. Tot slot mogen corporaties nu ook uitgaan van een schatting van het inkomen van een huurder, als de huurder nu meer verdient dan zijn of haar meest recente officieel vastgestelde inkomen. Dit was voorheen alleen mogelijk indien het inkomen lager was geworden dan het meest recente officieel vastgestelde inkomen.

Woningwet opleidingen

Wilt u meer weten over de gevolgen van de Woningwet voor uw corporatie? Meld u aan voor een van onze Woningwet opleidingen of informeer naar de incompany mogelijkheden:

Aanmelden voor de Corporatie alert

Ontvangt u nog geen alerts van ons? Schrijf u dan in voor de Corporatie alert. We hebben voor u de voorgaande alerts op onze website geplaatst, zodat u deze terug kunt lezen wanneer het u uitkomt.

Stel een vraag over de wijziging van het BTIV

    Door dit formulier te verzenden gaat u akkoord met onze privacyverklaring. Na het versturen van dit formulier worden alleen de gegevens opgeslagen en verwerkt die u hierboven invult; er wordt geen andere informatie verzameld.

    Gerelateerde artikelen

    Typ hier uw vraag...