Voorgestelde saneringskader niet in het belang woningcorporaties

Geplaatst op 5 februari 2021, door
Categorie Woningcorporaties
Onderwerpen

Uit de analyse van Johan Conijn wordt duidelijk dat als gevolg van het wetsvoorstel de saneringssteun feitelijk verdwijnt. Deze bevindingen heeft hij verwerkt in een reactie op de consultatie over het saneringskader.

Samenvattend is de eindconclusie dat het voorgestelde saneringskader niet in het belang is van de huurders en woningcorporaties én niet in het belang is van de volkshuisvesting. Deze conclusie rechtvaardigt dat het voorgestelde wetsvoorstel wordt heroverwogen. Johan Conijn heeft zijn bevindingen beschreven in een brief aan minister Ollongren van BZK.

Geachte mevrouw Ollongren,

Graag maak ik gebruik van de mogelijkheid om te reageren op de voorgenomen aanpassing van het saneringskader. Bijgaande notitie bevat de analyse van de consequenties van het voorgestelde saneringskader. Samenvattend zijn de conclusies:

  • Het is, behoudens bijzondere omstandigheden, onwenselijk om een onderscheid te willen maken tussen noodzakelijke en niet-noodzakelijke DAEB woningen. Het is niet in het belang van de huurder dat hij geconfronteerd wordt met de vaststelling dat zijn woning als niet-noodzakelijk DAEB wordt beschouwd. Bovendien doet, mede gelet op het grote tekort aan sociale huurwoningen, het uitgangspunt dat alle DAEB woningen noodzakelijk zijn, meer recht aan het belang van de volkshuisvesting.
  • Het advies van de Adviescommissie noodzakelijk DAEB heeft in potentie verstrekkende gevolgen voor de woningcorporatie die in financiële problemen verkeert, en ook voor de andere betrokken woningcorporaties. Voor woningcorporaties is er geen bezwaar- en beroepsprocedure mogelijk tegen het advies. Daarmee doet de voorgestelde gang van zaken afbreuk aan de rechtsbescherming van de betrokken woningcorporaties. Verder is het een omissie dat aan u, als de verantwoordelijke minister, geen rol is toebedeeld bij de bepaling wat noodzakelijk DAEB en wat niet-noodzakelijk DAEB is. Aan de basis van deze keuze staat de vraag wat in het belang van de volkshuisvesting is. Dat is bij uitstek een politieke verantwoordelijkheid die bij u als de minister ligt.
  • De overdacht van de noodzakelijke DAEB woningen aan andere woningcorporaties op basis van de marktwaarde leidt ertoe dat de LTV van de kopende woningcorporatie verslechtert. Als dit op vrijwillige basis gebeurt, kan een bijdrage worden geleverd aan het oplossen van het financiële probleem van de betreffende woningcorporatie. Een verplichting tot aankoop is eigendomsregulering en betekent een zware inbreuk op het eigendomsrecht. Deze verplichting bij één of enkele woningcorporaties neerleggen, is disproportioneel. Het zou beter zijn en ook proportioneel, als de financiële last over alle woningcorporaties in Nederland zou worden gespreid.
  • Er is sprake van een gebrekkige aansluiting tussen het voorgestelde saneringskader en het borgstelsel. Als gevolg hiervan kunnen woningcorporaties zich voor langere tijd tussen de wal en het schip bevinden. In de praktijk is gebleken dat dit nadelig uitpakt voor de huurders van de betreffende woningcorporaties. Het is wenselijk dat er een betere aansluiting komt tussen het saneringskader en het borgstelsel.

Samenvattend is de eindconclusie dat het voorgestelde saneringskader niet in het belang is van de huurders én niet in het belang is van de volkshuisvesting. Deze conclusie rechtvaardigt dat het voorgestelde wetsvoorstel wordt heroverwogen. Voor de nadere onderbouwing van deze conclusie verwijs ik u graag naar de notitie die hierna volgt. Indien u dat wenst, ben ik graag bereid een en ander nader toe te lichten.

Met vriendelijke groeten,

Johan Conijn
Finance Ideas

Directeur woningcorporaties
Gerelateerde artikelen

Typ hier uw vraag...