Dagverslag Finance Ideas Talks 2026: verder kijken dan morgen begint met anders kijken



Categorie Woningcorporaties, Institutionele beleggers, Zorginstellingen

Onderwerpen ,

Op 29 oktober 2026 stond de negende editie van Finance Ideas Talks in het teken van Wonen en zorg. Het Stadsklooster Utrecht vormde het decor voor een inspirerende middag waarin professionals uit de zorg, woningcorporaties, vastgoedsector en wetenschap samenkwamen.

Vijf sprekers belichtten de toekomst van wonen en zorg vanuit verschillende perspectieven. Van kunstmatige intelligentie en demografische ontwikkelingen tot zorgzame gemeenschappen en de leefwereld van ouderen.

Een kleinere woning, maar geen kleine prijs

Michiel Majoor, senior adviseur bij Finance Ideas en gespecialiseerd in Wonen en zorg, opende de middag met een herkenbaar dilemma uit zijn eigen familie. Zijn ouders van begin zeventig jaar wonen in een gezinswoning met vier slaapkamers, terwijl zijn zusje met man en een aankomend tweede kind in een appartement met twee slaapkamers woont. De systeemwereld verwacht een logische oplossing: doorstroming. Maar dat is in de praktijk nog niet zo eenvoudig. Een kleinere, gelijkvloerse woning aan de overkant van de straat leek een logische stap, totdat ze de vraagprijs zagen: meer dan € 500.000. Voor zo’n ‘kleine’ woning vonden zij dat een absurd bedrag.

Voor Michiel aanleiding om de woningmarkt in de omliggende buurt eens onder de loep te nemen. Zijn microanalyse leverde een verrassend inzicht op: de mediane jaarlijkse prijsstijging van seniorenwoningen bedroeg sinds 2003 circa 3%, tegenover ruim 5% bij de gezinswoningen. Dat maakt de kleinere woning niet ineens goedkoop, maar geeft hem wel nieuwe argumenten voor het volgende gesprek met zijn ouders.

Het Stadsklooster laat zien wat samenwerking oplevert

Dagvoorzitter Jeroen Smit wees vervolgens op het Stadsklooster zelf. Het gebouw dreigde ooit gesloopt te worden, maar bleef dankzij de gezamenlijke inzet van buurtbewoners behouden en kreeg een nieuwe maatschappelijke functie.

Een treffend voorbeeld van wat mensen samen bereiken wanneer zij buiten bestaande kaders denken en handelen. Volgens Jeroen vraagt de toekomst van wonen en zorg om diezelfde houding. Meer geschikte woningen, minder eenzaamheid en een betere inzet van schaarse zorgcapaciteit vragen om samenwerking tussen verschillende sectoren. Zijn oproep: kijk verder dan het eigen werkveld, zoek nieuwe verbindingen en zet inzichten om in concrete acties.

Generatieve AI; van tool naar collega – Deborah Nas

Deborah Nas, hoogleraar aan de TU Delft en expert op het gebied van technologische innovatie, liet zien dat niet de technologie zelf, maar vooral menselijk gedrag bepaalt hoe snel we nieuwe toepassingen accepteren.

Onze angst voor nieuwe technologie is van alle tijden

Terughoudendheid bij verandering is niet nieuw. Bij vrijwel iedere grote technologische doorbraak klonken vergelijkbare zorgen. Het schrift zou ons vergeetachtig maken, de boekdrukkunst bestaande machtsverhoudingen verstoren en het internet tot oppervlakkige kennis leiden. Tegenwoordig vrezen we dat AI ons dom en lui maakt, banen overneemt of onbetrouwbare informatie verspreidt.

Volgens Deborah speelt verliesaversie hierbij een belangrijke rol: we hechten meer waarde aan het voorkomen van verlies dan aan het behalen van winst. Iets nieuws moet daardoor in onze beleving soms twee keer zoveel waarde bieden voordat we het vertrouwde loslaten.

Met een gedachte-experiment draaide ze dit perspectief om. Stel dat videogames eerder waren uitgevonden dan boeken. Zouden we boeken dan niet bekritiseren omdat ze te weinig prikkels bieden en mensen zich afzonderen om te lezen? Wat we als vooruitgang beschouwen, hangt sterk af van wat we gewend zijn.

Succesvolle AI-toepassing vraagt om meer dan nieuwe technologie

Deborah liet zien hoe AI zich ontwikkelt van een efficiënt hulpmiddel naar een gespecialiseerde assistent en digitale collega. Binnen wonen en zorg ondersteunen AI-systemen bijvoorbeeld verhuurprocessen, medische triage en spraakgestuurd rapporteren.

Maar AI invoeren leidt niet automatisch tot hogere productiviteit. Organisaties moeten ook hun werkprocessen kritisch bekijken. Bovendien vraagt AI om zorgvuldig gebruik: de technologie presenteert soms overtuigende maar onjuiste informatie en bevestigt gemakkelijk bestaande aannames. Deborah adviseerde daarom bronnen te controleren en AI bewust om tegenargumenten te vragen.

Voor bestuurders en managers ligt een belangrijke rol. Niet door AI als oplossing voor ieder probleem te presenteren, maar door er zelf mee te experimenteren. Zo ontdekken zij waar de technologie waarde toevoegt, waar de beperkingen liggen en hoe werkprocessen slimmer ingericht kunnen worden.

De economische realiteit achter wonen en zorg – Matthijs Korevaar

Matthijs Korevaar, universitair hoofddocent Finance aan de Erasmus School of Economics, onderzocht de gevolgen van vergrijzing voor de woningmarkt. Wat gebeurt er wanneer steeds meer babyboomers hun woning achterlaten?

Verhuizen maakt vermogen vrij, maar kost ouderen vaak geld

Nog nooit hadden zoveel ouderen een eigen woning. In 1998 bezat ongeveer een kwart van de 75-plussers een koopwoning; inmiddels is dat meer dan de helft. Door de gestegen woningprijzen zit bij veel ouderen vermogen vast in hun woning. Bij verkoop van hun woning maken zij het vermogen vrij. Bij een verhuizing naar sociale huur gaat het volgens Korevaars berekeningen om mediaan € 268.000. Toch is zo’n verhuizing financieel niet altijd aantrekkelijk. Veel ouderen hebben hun hypotheek al afgelost en daardoor relatief lage maandelijkse woonlasten. Na een verhuizing naar sociale huur liggen die lasten volgens zijn analyse mediaan € 240 per maand hoger. Bij particuliere huur loopt dat verschil op tot € 440. Ouderen maken dus hun woonvermogen vrij, maar betalen vervolgens vaak meer voor een kleinere woning.

De vergrijzing biedt verschillende regio’s nieuwe kansen

Hoewel veel ouderen niet verhuizen, komen hun woningen op termijn wel vrij. Door verhuizingen en overlijden komt nu al jaarlijks circa € 20 miljard aan woonvermogen vrij. De vergrijzing zorgt de komende decennia voor een verdere toename van het aantal vrijkomende woningen. Naar verwachting verdubbelt het aantal koopwoningen dat ouderen jaarlijks achterlaten tot ruim 100.000 in 2045.

Maar wie gaan al die woningen kopen? Matthijs liet zien dat de woningmarkt al eeuwenlang hetzelfde patroon kent: jongeren kopen vooral woningen en ouderen verkopen ze. Dat was in het Amsterdam van de zeventiende en achttiende eeuw al zo en nu is het niet anders. Door de vergrijzing verandert echter de verhouding tussen beide groepen. Steeds meer oudere woningeigenaren verlaten de woningmarkt, terwijl daar niet overal voldoende jonge kopers tegenover staan. Vooral in regio’s waar relatief veel ouderen wonen, kan het woningaanbod daardoor sneller groeien dan de lokale vraag.

Matthijs sloot zijn verhaal af met een vraag die verder gaat dan de woningmarkt alleen. De komende decennia komen niet alleen steeds meer woningen, maar ook grote hoeveelheden woonvermogen vrij. Hoe benutten we dat vermogen en welke rol speelt de overheid daarbij?

Zorgzame gemeenschappen: een no-brainer – Marcel Canoy

Marcel Canoy, hoogleraar gezondheidseconomie aan de Vrije Universiteit Amsterdam en wetenschappelijk directeur bij VitaValley, stelde een fundamentele vraag. Waarom besteden we miljarden euro’s aan zorg en ondersteuning waarvan de maatschappelijke effecten soms onvoldoende vaststaan, terwijl we miljoenen euro’s niet uitgeven aan aantoonbaar waardevolle initiatieven?

We investeren niet altijd in wat maatschappelijk het meeste oplevert

Volgens Marcel richt onze verzorgingsstaat zich vooral op individuele zorgprestaties en professionele ondersteuning, terwijl veel maatschappelijke problemen juist vragen om preventie en sociale verbinding.

Zorgzame gemeenschappen spelen hierin een belangrijke rol. Bewoners organiseren activiteiten, ondersteunen elkaar en kijken naar elkaar om. Gemeenten, woningcorporaties en zorgorganisaties faciliteren deze initiatieven, maar de kracht komt vanuit bewoners zelf. Onderzoek van VitaValley laat zien dat dergelijke gemeenschappen het welzijn verbeteren en maatschappelijke kosten kunnen beperken.

Marcel rekende ook af met enkele hardnekkige vooroordelen. Zorgzame gemeenschappen werken niet alleen in kleine dorpen, maar ook in steden. Bovendien hoeven bewoners geen professionele zorgtaken over te nemen. Juist ontmoeting, sociale contacten en kleine vormen van onderlinge ondersteuning maken het verschil.

De groene knop zit buiten het systeem

Toch komen deze initiatieven moeizaam van de grond. Een belangrijke oorzaak ligt bij de gescheiden financieringsstromen. Een investering in een ontmoetingsplek of buurtcoördinator kan de zorgvraag verminderen, maar de partij die investeert, profiteert niet altijd zelf van de financiële baten.

Daarnaast belemmert het systeem vernieuwing. Marcel illustreerde dit met een rode en een groene knop. De rode knop staat voor de vertrouwde werkwijze binnen bestaande regels en budgetten. De groene knop vertegenwoordigt nieuwe, maatschappelijk waardevolle oplossingen, maar ligt vaak buiten de bestaande systemen. Wie hiervoor kiest, moet extra tijd en moeite steken in het organiseren van financiering, samenwerking en interne afstemming.

Zolang de rode knop de gemakkelijkste keuze blijft, komen waardevolle initiatieven onvoldoende van de grond. Volgens Marcel moeten we medewerkers daarom juist stimuleren en belonen om op de groene knop te drukken. Dat vraagt niet alleen om andere financiering, maar ook om een systeem dat ruimte biedt aan vernieuwing.

Een passende plek voor ouderen in de buurt – Thijs de Blok

Thijs de Blok, directeur van Buurtwonen en CEO van Buurtzorg International, liet zien hoe nieuwe woonconcepten bijdragen aan de toekomst van de ouderenzorg. Het aantal ouderen met een complexe zorgvraag groeit, terwijl de beschikbaarheid van zorgprofessionals achterblijft.

Buurtwonen verbindt zelfstandigheid met gemeenschapsgevoel

Met Buurtwonen ontwikkelt Thijs kleinschalige woonprojecten van tien tot 25 zelfstandige woningen voor ouderen binnen bestaande wijken. Het concept combineert duurzame houtbouw met betaalbare woningen in de sociale en middenhuur. Zo blijven ouderen zoveel mogelijk in hun vertrouwde omgeving wonen, met ruimte voor ontmoeting en onderlinge ondersteuning.

Een gemeenschappelijke ruimte vormt het hart van het woonconcept, maar een ruimte alleen creëert nog geen gemeenschap. Daarom besteedt Buurtwonen veel aandacht aan de samenstelling van bewoners en de verbinding met de bestaande wijk. In overleg met lokale zorgprofessionals kijkt Buurtwonen voor wie het concept de meeste meerwaarde biedt. Het doel is een gevarieerde bewonersgroep waarin mensen met verschillende behoeften en mogelijkheden elkaar aanvullen.

Voor elkaar zorgen begint bij kleine dingen

Volgens Thijs maken we mantelzorg vaak groter dan nodig. Voor elkaar zorgen betekent niet dat bewoners complexe zorgtaken moeten overnemen. Het begint juist bij kleine dingen: samen wandelen, een boodschap meenemen of even bij elkaar langsgaan.

Door deze contacten te stimuleren, ontstaat een omgeving waarin bewoners elkaar kennen, vertrouwen en gemakkelijker om hulp vragen. Thijs benadrukte dat onderlinge betrokkenheid zich niet laat afdwingen met protocollen en regels. Mensen moeten vooral de ruimte krijgen om zelf relaties op te bouwen.

Volgens Thijs neemt binnen Buurtwonen de inzet van professionele zorg af doordat bewoners elkaar gemakkelijker weten te vinden. Dat betekent niet dat de gemeenschap professionele zorg vervangt. Juist door alledaagse ondersteuning anders te organiseren, ontstaat meer ruimte voor zorgprofessionals om zich te richten op mensen met een complexe zorgvraag.

Ouderen en wonen in beeld – Jolanda Lindenberg

Jolanda Lindenberg, hoofd onderzoek bij Leyden Academy, bracht het gesprek terug naar de mensen om wie de woonzorgopgave draait: ouderen zelf. We spreken veel over de noodzaak om ouderen te laten verhuizen naar geschikte woningen, maar hoe kijken we eigenlijk naar ouderen? En herkennen zij zichzelf in dat beeld?

We praten vaak over ouderen, maar te weinig met ouderen

Volgens Jolanda beïnvloeden hardnekkige stereotypen over ouder worden hoe we ouderen benaderen. Enerzijds zien we hen als warm, wijs en ervaren, anderzijds als kwetsbaar, afhankelijk en minder competent. Veel ouderen herkennen zichzelf echter niet in dat beeld. Zij voelen zich vitaal, leiden een actief leven en zien zichzelf niet als de ouderen waarover beleidsmakers spreken.

Die beeldvorming werkt ook door in de woonzorgopgave. We benaderen ouderen regelmatig als een groep die moet doorstromen om ruimte te maken op de woningmarkt. Daarbij kijken we vooral naar wat ouderen nodig hebben, maar minder naar wat zij zelf belangrijk vinden en nog kunnen bijdragen.

Een geschikte woning is niet automatisch een aantrekkelijke woning

Jolanda liet zien dat ouderen veel waarde hechten aan autonomie, zelfstandigheid, sociale contacten en een vertrouwde woonomgeving. Toch benaderen we hun verhuizing vaak vanuit praktische en maatschappelijke overwegingen. Een woning is te groot of niet toekomstbestendig, waardoor een kleinere woning een logische stap lijkt. Maar een huis vertegenwoordigt meer dan vierkante meters. Het is de plek waar herinneringen liggen, sociale contacten zijn opgebouwd en mensen zich thuis voelen.

Volgens Jolanda vraagt dit om een ander gesprek. Niet alleen of iemand over vijf jaar nog in de huidige woning kan blijven wonen, maar vooral wat iemand over vijf jaar nog graag wil doen. Welke activiteiten en contacten zijn belangrijk en welke woonomgeving helpt om die te behouden?

Haar oproep was daarom helder: betrek ouderen vanaf het begin bij het ontwikkelen van woonconcepten, luister naar hun wensen en wees bewust van de beelden en taal die we gebruiken. Praat niet alleen over ouderen, maar vooral met hen.

Verder kijken dan morgen begint vandaag

De negende editie van Finance Ideas Talks liet zien hoeveel perspectieven samenkomen in de toekomst van wonen en zorg. Van technologische ontwikkelingen en economische prikkels tot nieuwe woonconcepten, zorgzame gemeenschappen en de wensen van ouderen zelf.

De sprekers boden geen kant-en-klare oplossingen, maar lieten zien dat de uitdagingen van morgen vragen om een bredere blik. Door bestaande aannames ter discussie te stellen, buiten de eigen domeinen te kijken en nieuwe samenwerkingen aan te gaan, ontstaan kansen om wonen en zorg anders te organiseren.

Bent u er volgend jaar ook bij?

We blikken terug op een geslaagde negende editie van Finance Ideas Talks en danken iedereen voor hun bijdrage aan deze middag. Ook volgend jaar hopen we u weer te verwelkomen. Zet donderdag 14 oktober 2027 alvast met potlood in uw agenda of meld u direct aan. Meer informatie over het programma volgt.

Heeft u een vraag over de inhoud van deze middag? Stel uw vraag via onderstaand formulier, stuur Niels Zwetsloot een bericht of neem contact op via 030 – 232 0480.

"*" geeft vereiste velden aan

Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.

Stel een vraag over dit seminar

Door dit formulier te verzenden gaat u akkoord met onze privacyverklaring. Na het versturen van dit formulier worden alleen de gegevens opgeslagen en verwerkt die u hierboven invult; er wordt geen andere informatie verzameld.

Adviseur woningcorporaties en zorginstellingen
Gerelateerde artikelen

Start typing and press Enter to search