Veelgestelde vragen van zorginstellingen over herijking nhc en nic



Categorie Zorginstellingen

Onderwerpen ,

Op 5 juli 2022 heeft de NZa de nieuwe beleidsregel inzake de nhc en nic en de tarieven voor de Wlz vastgesteld. De belangrijkste conclusie is dat de tarieven in 2023 op de gebruikelijke wijze worden geïndexeerd, maar er per 1 januari 2024 een herijking gaat plaatsvinden. De herijking zorgt naar verwachting voor een verlaging van de nhc en nic van respectievelijk circa 7-8% en 2,5%. Dit heeft negatieve impact op de investeringscapaciteit en financierbaarheid van zorginstellingen.

Deze zomer organiseerde Finance Ideas tweemaal een webinar waarin de achtergrond en impact van de herijking werden toegelicht. Het onderwerp leeft enorm, gezien de ruim driehonderd deelnemers. In dit artikel beantwoorden wij de 10 veelgestelde vragen.

#1: De herijking van de nhc en nic is uitgesteld van 2023 naar 2024. Betekent dit dat er bij de herijking nog rekening gehouden wordt met de recente stijging van de rente?

Dat lijkt onwaarschijnlijk. De technische uitkomst staat vast en het jaar van invoering ook. In de beleidsregel staat dat de vermogenskostenvoet tot en met 31 december 2023 4,65% bedraagt, en vanaf 1 januari 2024 een percentage van 4,03% wordt gehanteerd.

De bijstelling van de vermogenskostenvoet wordt grotendeels veroorzaakt door de daling van de rente (op vreemd vermogen). In de herijking is hierbij gekeken naar de betaalde rente in de Wlz voor een periode van 25 jaar (1995-2019). Stel dat de NZa rekening zou houden met de recent gestegen rente (maar wel vasthoudt aan de huidige systematiek), dan schuift die periode bijvoorbeeld op naar 1997-2021. Dat levert geen gunstiger beeld op, aangezien de rente in de jaren die dan wegvallen (1995 en 1996) rond de 3,5% lag en dus hoger is dan de rente in de ‘nieuwe’ jaren 2020 en 2021.

#2: Waarom wordt bij de herijking van de nhc vooral gekeken naar de rente(daling) en niet of minder naar de gestegen bouwkosten?

Bij de invoering van de nhc in 2012 heeft de NZa een zogeheten onderhoudsplan vastgesteld. Hierin is opgenomen om de marktgevoelige componenten (rente en prijsindex) periodiek te monitoren en mogelijk bij te stellen indien een bandbreedte van 0,5% wordt overschreden. In het onderhoudsplan staat verder dat gewijzigde regelgeving als gevolg van politieke besluiten of IGJ-eisen aanleiding kunnen zijn voor aanpassing van de normatieve bouwkosten in de nhc. Ruimte binnen het macrokader is hiervoor een randvoorwaarde.

  • Het ‘formele’ antwoord is dus enerzijds dat de bouwkosten pas worden herijkt zodra de IGJ haar eisen aan gebouwen wijzigt. In de praktijk doet zij dat (tot nu toe) niet, zodat de eisen aan gebouwen geen onderdeel van de herijking vormen;
  • Gewijzigde regelgeving als gevolg van politieke besluiten kan een andere reden zijn voor aanpassing van de bouwkosten. In 2018 heeft TNO in opdracht van de NZa onderzoek gedaan naar de effecten van gewijzigde wet- en regelgeving op het gebied van duurzaamheid en brandveiligheid op het investeringsniveau.
    • Naar aanleiding van dit onderzoek zijn de nhc-tarieven per 2019 verhoogd om zorginstellingen te compenseren voor de gevolgen van gewijzigde regelgeving op het gebied van duurzaamheid. Voor de langdurige zorg worden de investeringsbedragen sindsdien jaarlijks met 0,18% verhoogd gedurende een periode van dertig jaar;
    • De NZa heeft na bovengenoemde wijziging geen additionele aanpassingen meer doorgevoerd. Wel valt in de beleidsregel te lezen dat ‘een vervolgstap naar hogere eisen in het verschiet ligt’. Mogelijk leidt dit in de toekomst tot additionele compensatie, maar dat heeft de NZa tot op heden echter niet nader geconcretiseerd.

#3: De prijsindex is wel één van de marktgevoelige componenten die deel uitmaakt van de herijking. Waarom wordt deze niet aangepast?

Conform het onderhoudsrapport wordt het CPI gemonitord over een periode van dertig jaar en gespiegeld aan de vaste prijsindex. De NZa heeft berekend dat de bandbreedte van 0,5% niet is overschreden. Derhalve is de prijsindex 2,5% gebleven. Dit heeft mede te maken met de lange periode waarover gemeten wordt en het feit dat de hoge inflatie van dit moment (manifesteert zich vanaf het vierde kwartaal van 2021) daar dus nog nauwelijks in is meegenomen.

In aanvulling hierop zij opgemerkt dat op dat een aanpassing van de prijsindex een dubbelzinnig effect zou hebben. De index (vast percentage van 2,5%) werkt namelijk zowel door in de tariefberekening als in de jaarlijkse indexatie van het tarief. De nhc-systematiek is feitelijk gebaseerd op een rondrekenmodel, waarbij het nhc-tarief de sluitpost vormt (welk tarief is benodigd, gegeven bepaalde kosten, gegeven een bepaalde ontwikkeling van dat tarief en gegeven een bepaalde vastgestelde looptijd?).

Een stijging van de prijsindex zal initieel leiden tot een daling van het nhc-tarief. Gezien het feit dat het tarief in de toekomst dan sterker stijgt, kan – beredeneerd vanuit de nhc-systematiek – worden volstaan met een lager starttarief. Het daadwerkelijke, meerjarige financiële effect van een wijziging van de vaste index hangt sterk af van de looptijd waarvoor het nieuwe percentage geldt (ofwel, van het volgende herijkingsmoment). Gedurende de looptijd is er op een bepaald moment sprake van een kantelpunt (totale meerjarige impact van andere index wordt positief of juist negatief).

#4: Hoe wordt in de nhc rekening gehouden met huurpanden en de sterk gestegen inflatie?

Uit de berekeningssystematiek van de nhc volgt dat deze grotendeels* uitgaat van een eigendomssituatie. Zorginstellingen zijn echter vrij in de wijze waarop zij de nhc-vergoeding inzetten, en kunnen deze dus ook gebruiken om vastgoed te huren in plaats van dit in eigendom te realiseren en financieren. In de systematiek wordt echter geen rekening gehouden met de specifieke kenmerken en risico’s van huursituaties.

#5: Geldt de genoemde tariefdaling van 7-8% voor alle nhc-tarieven of is het een gemiddelde?

De verwachte tariefdaling van circa 7-8% geldt voor alle nhc-tarieven. De berekeningssystematiek is namelijk gebaseerd op generieke uitgangspunten en opslagen, waarbij in de meeste situaties (de zzp-prestaties in de Wlz, g-ggz en fz) alleen sprake is van differentiatie inzake de normatieve investeringsbedragen. De opbouw van de tarieven is gelijk, en de relatieve tariefdaling dus ook.

Wel is er sprake van beperkte variatie tussen de relatieve nhc-tariefdaling voor de zzp-prestaties (Wlz, g-ggz en fz) enerzijds en de ggz (verblijfscategorie A-H) en fz (beveiligingsniveau 1-4) anderzijds. Voor de nhc-tarieven in de ggz en fz worden namelijk alternatieve bezettingspercentages en/of bouwtijden gehanteerd (ten opzichte van de zzp-prestaties). Het effect hiervan is echter beperkt; naar verwachting valt de tariefdaling bij herijking voor alle nhc-tarieven binnen de bandbreedte van 7-8%.

#6: In 2024 vindt een afslag plaats op de nhc van circa 7-8%. Is in de genoemde afslag de jaarlijkse stijging van 2,50% al verwerkt?

Nee, de afslag van 7-8% is berekend op basis van de nhc-tarieven van 2023. De jaarlijkse indexering van 2,50% (2,66% incl. duurzaamheidsopslag) blijft ongewijzigd. Indien de vermogenskostenvoet in het onderliggende rekenmodel wordt aangepast van 4,65% naar 4,03%, dan is er sprake van een tariefdaling van circa 7-8%. Deze tariefdaling zal in 2024 worden toegepast, maar wordt inderdaad deels gecompenseerd door de jaarlijkse indexatie van 2,5%. Dit impliceert dat de tariefdaling in 2024 naar verwachting gelijk is aan circa 5,0% (ten opzichte van de tarieven in 2023).

#7: Hoe verhouden de nhc-tarieven zich tot het prijsindexcijfer materiële kosten (9,25% in 2022, 4,87% in 2023)?

Het prijsindexcijfer materiële kosten wordt gebruikt voor de jaarlijkse indexatie van de componenten ‘materieel’ en ‘nic’ van het integrale tarief. Dit is gebaseerd op het prijsindexcijfer particuliere consumptie van het CPB. Dit prijsindexcijfer staat echter los van de componenten ‘nhc’ en loon’ van het integrale tarief; deze worden respectievelijk geïndexeerd met een jaarlijks vast percentage van 2,5% en een jaarlijks vastgestelde overheidsbijdrage in de arbeidskostenontwikkeling (OVA).

Het prijsindexcijfer materiële kosten is dus niet gerelateerd aan de nhc en compenseert dus ook niet voor de verwachte herijking van het nhc-deel van het integrale tarief. Het prijsindexcijfer materiële kosten is wel gerelateerd aan de nic, die naar verwachting eveneens in 2024 herijkt zal worden (als gevolg van de verlaging van de vermogenskostenvoet van 4,65% naar 4,03%). Met enige verbeeldingskracht zou je dus kunnen stellen dat de verwachte herijking in 2024 deels wordt ‘gecompenseerd’ door de bovengemiddelde stijging van de nic-tarieven in 2022 en 2023.

#8:Uit welk type onderhoud bestaat het onderhoud in de nhc? Hoe gaan zorginstellingen daar in hun demarcatie mee om?

Binnen de nhc-systematiek is geen vergoeding opgenomen voor een grootschalige tussentijdse renovatie. Het uitgangspunt is dat het vastgoed een levensduur heeft van dertig jaar en middels regulier (planmatig) en incidenteel (‘calamiteiten’) onderhoud gedurende deze periode in stand gehouden kan worden.

Binnen de nhc wordt wel rekening gehouden met een jaarlijks bedrag aan instandhoudingsonderhoud ter hoogte van 0,8% van de investeringskosten. Dit is met name bedoeld voor bouwkundige ingrepen die noodzakelijk zijn als gevolg van optredende gebreken (zoals vervangen installaties).

Daarnaast is ook in de component ‘materieel’ van het integrale tarief een vergoeding voor onderhoud opgenomen. Dit is met name bedoeld voor regulier onderhoud (zoals het binnen- en buitenschilderwerk en het reguliere onderhoud aan technische installaties).

Zorginstellingen gaan hier in de praktijk verschillend mee om. Veel instellingen proberen aan te sluiten op de bekostigingssystematiek, hetgeen impliceert dat een deel van het onderhoud wordt bekostigd vanuit ‘de zorg’ (vanuit de component materieel) en een deel vanuit ‘vastgoed’ (vanuit de nhc). Er zijn echter ook instellingen die alle onderhoudskosten toerekenen aan ‘de zorg’ (en vice versa). Dit kan leiden tot een gunstiger resultaat op het vastgoed en een negatiever resultaat op de zorgexploitatie.

#9: Wat is de verwachting over de onderhandelbaarheid van de nhc- en nic-tarieven door de zorgkantoren, en op welke termijn?

De integraliteit van de Wlz-tarieven impliceert onder meer dat alle componenten (loon, materieel, nhc, nic) van het tarief in feite reeds onderhandelbaar zijn. In de praktijk wordt door zorgkantoren en zorginstellingen op dit moment nog niet onderhandeld over de hoogte van de nhc- en nic-tarieven. Uit het vorig jaar gepubliceerde inkoopkader van de zorgkantoren valt echter af te leiden dat dit voor de toekomst wel wordt overwogen. Onze inschatting is dat er vanaf 2024 daadwerkelijk over de nhc- en nic-tarieven onderhandeld zal worden, en dat dit leidt tot een tariefkorting van circa 2-4%.

#10: Wordt de nhc als financiering voor de huidige verpleeghuisplaatsen op termijn vervangen door andere vormen van bekostiging (zoals vpt)?

In het programma WOZO zijn uitgangspunten geformuleerd als het gaat om het aantal toekomstige verpleegzorgplekken. De kern daarvan is dat het aantal intramurale verpleeghuisplaatsen gelijk blijft (waarvoor dus vooralsnog ook een nhc-vergoeding blijft bestaan), en groei plaatsvindt via vpt in geclusterde woonvormen:

  • Er worden tot 2031 50.000 geclusterde eenheden op basis van Wlz-zorg thuis gebouwd (verpleegzorgplekken) voor mensen met een zwaardere zorgvraag;
  • De verpleegzorgplekken uit de bestuurlijke afspraken (2021) worden dus ingevuld met geclusterde vormen op basis van Wlz-zorg thuis.
    • Tot en met 2026 zal het aantal verpleeghuisplekken van 130.000 toenemen tot ca. 135.000, doordat er bouwplannen zijn die zich in een vergevorderd stadium bevinden;
    • Na 2026 wordt ingezet op een verdere stimulering van het scheiden van wonen en zorg, zodat de verpleeghuiscapaciteit structureel weer op 130.000 plekken uitkomt.

Meer weten over de herijking van de nhc in relatie tot investeringsbeslissingen?

Heeft u nog meer vragen over de herijking en aanverwante ontwikkelingen? Wat betekent dit bijvoorbeeld voor de te hanteren disconteringsvoet voor en haalbaarheid van uw projecten? Neem contact op met Corstiaan Verweij om hier eens vrijblijvend over te sparren.

Heeft u behoefte aan meer verdieping over dit onderwerp? Tijdens de training Vastgoedsturing en investeren ontvangt u in één dag handvatten voor een investeringsbeoordeling en tips om te komen tot een verantwoord investeringskader.

Aan de slag met een specifieke situatie? Lees hier meer over onze mogelijkheden rondom vastgoedsturing en investeringsbeoordeling.

* In de kosten voor vreemd vermogen lijken – op basis van de gehanteerde rekensystematiek in de nhc – ook de rentelasten gerelateerd aan financial lease te worden meegenomen. Financial lease heeft onder meer betrekking op huurcontracten voor vastgoed, hetgeen impliceert dat in de nhc-systematiek deels rekening wordt gehouden met huursituaties.

Of stel direct een vraag over de herijking van de nhc

    Door dit formulier te verzenden gaat u akkoord met onze privacyverklaring. Na het versturen van dit formulier worden alleen de gegevens opgeslagen en verwerkt die u hierboven invult; er wordt geen andere informatie verzameld.

    Senior adviseur woningcorporaties en zorginstellingen
    Gerelateerde artikelen

    Typ hier uw vraag...