Inkomensregistratie: de top drie met meest voorkomende uitglijders

Geplaatst op 30 augustus 2016 , door
Categorie Woningcorporaties
Onderwerpen , ,

We zeiden het al vaker: het typische van het proces van inkomensregistratie is dat juist de precieze uitvoering op de werkvloer voor woningcorporaties van vitaal belang is. Er zijn maar weinig processen te noemen waarbij het risico van een zware sanctie (staatssteunstop) zó sterk afhangt van details in een operationeel proces, en met zulke kleine foutmarges (1%).

Tegelijkertijd merkt ondergetekende tijdens het geven van trainingen dat er – een jaar na de intrede van de huidige wetgeving- juist op essentiële aspecten in de toepassing nog te regelmatig zaken misgaan. En dat zit ‘m dan niet in de kaders van het passend toewijzen; daaraan is het afgelopen jaar ruimschoots aandacht besteed, wat te zien is aan de heldere en goed uitgewerkte toewijzings- schema’s die op de websites van de corporaties te zien zijn. Het beleid staat, de processen zijn ingeregeld.

It’s the execution, stupid!

De uitvoering, dat is waar het gebeurt. De verhuurmedewerker bevindt zich daarbij vaak in een spanningsveld tussen de kandidaat-huurder met al diens menselijke gedragingen en wensen aan de ene kant, en een formeel proces met gedetailleerde criteria en berekeningen aan de andere. Dat vereist een wendbare, creatieve instelling, gecombineerd met de nodige kennis en precisie.

Op welke punten gaat het dan vaak mis? Hieronder geven we ter illustratie de top drie van uitglijders.

Uitkeringen en pensioenen: wel of geen vakantiegeld?

Vaak is het niet duidelijk of er sprake is van een aparte, extra vakantietoeslag. Een uitkeringsspecificatie participatiewet vermeldt weliswaar vakantiegeld, maar dit komt niet bovenop de uitkering. Bij een WW-uitkering gebeurt dit weer wèl. De meeste (maar niet alle) pensioenfondsen keren geen extra vakantietoeslag uit in mei, maar de AOW wèl. Bent u er nog?

Inkomensbepaling zelfstandigen

Zelfstandigen kunnen doorgaans geen Inkomensverklaring van de Belastingdienst overleggen waar het verzamelinkomen op vermeld staat, omdat zij hun aangifte IB later indienen dan ‘gewone’ particulieren. Voor de inkomensbepaling is dan de resultatenrekening dan wel de aangifte over het afgelopen jaar (en nee, niet die van het jaar ervoor) nodig. Hier speelt ook een goede communicatie met de controlerend accountant een rol om te bepalen welke documenten wel, en welke absoluut niet te gebruiken zijn. Zo geeft de wettekst de mogelijkheid van een prognose over het lopende boekjaar, maar of en in welke vorm deze acceptabel is hangt uiteindelijk af van de accountant.

Loonstroken: Fiscaal loon? Brutoloon?

Fiscaal loon (loon voor loonheffing) is iets anders dan het brutoloon. Maar niet altijd. Waar zie je het op de loonstrook staan? Die zien er immers steeds weer anders uit, er zijn zoveel verschillende. En wat te doen met zaken als ORT, extra vergoedingen, wel of niet meenemen? Één ding is duidelijk: een vergissing is snel gemaakt.

Geschat wordt dat het aandeel inkomensregistraties op basis van loonstroken mede als gevolg van de recente aanpassing in het BTIV zal toenemen naar zo’n 15%. Ervaringen in diverse controle-trajecten hebben ondergetekende geleerd dat het bij een kwart tot een derde van de inkomensregistraties op basis van loonstroken mis gaat. The devil is in the detail.

Vernieuwde Praktijktraining inkomensregistratie: Loonstroken en bijzondere situaties

Op basis van onze ervaringen is de praktijktraining vernieuwd. In de training wordt dieper ingegaan op de punten die hierboven zijn geschetst, en oefenen de deelnemers tijdens deze uitgebreide praktijktraining met casus in het lezen en verwerken van loonstroken. Zo voorkómt u uitglijders!

Een incompany opleiding gericht op uw situatie en met eigen praktijkcasus is uiteraard mogelijk. Vraag een vrijblijvend voorstel aan voor een sessie aan huis.

Adviseur woningcorporaties
Gerelateerde artikelen

Typ hier uw vraag...